Het onderwijs en de knikkers

11 juli 2009

Frank Kalshoven is een freelance economisch journalist, die columns schrijft in o.a. de Volkskrant en Vrij Nederland. Ik lees zijn stukken graag, omdat ze vaak blijk geven van een verfrissende kijk op economische en andere vraagstukken. Maar in zijn laatste bijdrage in Vrij Nederland, getiteld “VWO in vijf jaar” gaat hij wel erg kort door de bocht.

De stelling van Kalshoven in dit artikel is dat in de zorg de afgelopen jaren de arbeidsproductiviteit sterk is verhoogd. Frappant daarbij is volgens hem dat vanuit de zorg regelmatig geroepen is dat dit niet mogelijk is, omdat dit ten koste zou gaan van de kwaliteit van de zorg. En ziedaar, het blijkt toch mogelijk. Een waar kunststukje.

Vervolgens worden parallellen getrokken met het onderwijs: ook het onderwijs wordt collectief gefinancierd, en net zoals in de zorg is er in het onderwijs een tekort aan werknemers, en dus is het een goede zaak dat ook in het onderwijs de productiviteit omhoog gaat. Tot zover volg ik Kalshoven, maar vervolgens trekt hij de conclusie dat ook in het onderwijs de productiviteit omhoog kan – omdat het in de zorg kan.

Hier raakt hij me kwijt. Ten eerste zie ik niet waarom de wijze van financiering en een tekort aan werknemers een argument is waarom de productiviteit omhoog *kan*, het lijkt me meer een argument om te zeggen dat de productiviteit omhoog *moet*. Even afgezien van de vraag of de verhoging van de arbeidsproductiviteit in de zorg altijd een zegen is (ik heb wel eens tegengestelde geluiden gehoord, en ik ken economen die zeggen dat de marktwerking in de zorg, door Kalshoven genoemd als een belangrijke motor voor de verhoging van de arbeidsproductiviteit krakkemikkig is ingevoerd) lijkt me niet dat het werk van een verpleegkundige zomaar met elkaar kan worden vergeleken.

Uiteindelijk is de kop van de column, ‘VWO in vijf jaar’, voor mij de crux. Niet alleen komt deze kop verder niet inhoudelijk aan de orde, en is hij dus vooral gebruikt als lokkertje om te lezen, bovendien roept hij bij mij ogenblikkelijk de vraag op of we dat moeten willen. Is de maatschappij in de long run niet beter af als we onze arbeidsproductiviteit over de gehele linie verhogen, en vraagt dat juist niet om verbetering van ons onderwijs? Juist ook het VWO, dat immers de hooggeschoolde arbeidskrachten moeten gaan leveren. Laten we dat alsjeblieft niet gaan verkorten, maar laten we dat onderwijs gaan verbeteren.

Misschien iets voor een volgende column in VN?

Advertenties

Werkdruk

10 juli 2009

Op dit moment geniet ik van mijn welverdiende vakantie. En ja, die is ruim – ik ben de eerste die dat zal toegeven. Het is fijn om er in de zomer zo’n vijf weken tussenuit te gaan. Hoe aardig de studenten ook zijn, er komt na zo tegen het eind van het cursusjaar (gelukkig wel aan het eind, meestal) altijd een moment waarop je de studenten even zat bent. En ja, zij zijn jou dan ook zat – dat is allemaal heel normaal.

Nu ben ik er dan ook nog zo eentje die er flink wat uren bijwerkt – het zal misschien velen van jullie verbazen, maar ik heb nog nergens zo hard gewerkt als sinds ik op het HBO werkt. En ik klaag niet hoor – werken kan fijn zijn, zeker als het zulk leuk werk is als het mijne.

Omdat ik werken nu zo leuk vind, klus ik regelmatig wat uurtjes bij. Ik neem nogal makkelijk uren over van zieke collega’s. Ik had er dan in eerste instantie ook behoorlijk wat moeite mee toen ik van mijn huidige teamleider te horen kreeg dat ik dat niet zomaar mocht doen. Waarom niet dacht ik? Ik zorg er toch voor dat de boel door  blijft draaien?

Inmiddels weet ik dat daar nu juist het probleem zit. Bij mijn instelling (en ik heb het vermoeden dat dat bij veel andere instellingen in den lande niet anders is) wordt stelselmatig overgewerkt. En het probleem is dat veel beleidsmakers dat nu juist wel prettig vinden. Immers, op deze manier draaien de zaken mooi door en hoeft er geen extra werk ingestoken te worden. Er zit dus juist een hele goede kant aan dat op de rem trappen: het maakt zichtbaar waar de zwakke plekken in de organisatie zitten, waar geïnvesteerd moet worden (bijvoorbeeld door meer personeel aan te trekken).

Ik beveel dus van harte aan dat er op meer plekken eens ‘nee’ gezegd wordt tegen het maken van extra uren. Nee, ik vind het nog steeds niet leuk dat ik soms niet extra uren mag draaien – ik maak zelf graag keuzes in wat ik wel en niet wil doen. Maar ik begrijp het inmiddels wel.


Fraude

2 juli 2009

Altijd een frustrerende ervaring voor docenten: heb je veel tijd en moeite gestoken in het uitleggen van een vak aan je studenten, blijken ze zich er vanaf te maken door domweg werk van andere studenten in te leveren. En dan moet je er weer veel tijd in steken om er achter te komen of het echt kwaadwillende fraude is of misschien een stomme fout… terwijl studenten vaak weer lijken te denken dat je er lol in hebt om ze aan de schandpaal te nagelen. Integendeel dus.

Met deze activiteiten gaat momenteel een groot deel van mijn tijd heen. Ik merk dan vooral dat ik voor deze taak niet opgeleid ben: ik ben immers geen rechercheur. Het opmerken van een geval van fraude of plagiaat is vaak geen probleem, maar dan moet je dus nog bepalen of de beschuldiging terecht is. In de procedure die bij ons op school geldt moet je dan een student oproepen voor een persoonlijk gesprek, en daar begint vaak het gedonder. Studenten blijken er zeer bedreven in om een geloofwaardig verhaal op te hangen, en ik bezit niet de gave om leugens eenvoudig te onderscheiden van de waarheid.

Natuurlijk ben ik bekend met instrumenten als Ephorus, waarvoor ook onze school een licentie heeft. De opdrachten echter waar ik hier over praat, behelzen het maken van digitale producten: een website of een database. En hier biedt Ephorus nu juist geen ondersteuning voor.

Verder vind ik soms de procedure op onze instelling frustrerend. In principe constateert de docent de fraude, en geeft dat vervolgens door aan de examencommissie. In veel gevallen neemt deze het advies van de docent over. Een enkel geval van fraude leidt echter niet tot strafmaatregelen – pas wanneer je een tweede keer van fraude of plagiaat beschuldigd wordt kun je uitgesloten worden van één of meerdere kansen, tot maximaal een jaar.

Gezien dit systeem ben ik zelf geneigd ook in het geval van twijfel fraudegevallen door te geven aan de examencommissie. Immers, een eerste vergrijp blijft zonder gevolgen. De laatste tijd merk ik echter dat er meer gevallen zijn die ik niet aangeef bij de examencommissie, en ik twijfel of dat goed is. Ik heb echter niet de indruk dat er een erg duidelijke lijn is.

Wat vinden jullie? En zijn er tools die ook het opsporen van fraude bij databases en websites vergemakkelijken?