Werkdruk

10 juli 2009

Op dit moment geniet ik van mijn welverdiende vakantie. En ja, die is ruim – ik ben de eerste die dat zal toegeven. Het is fijn om er in de zomer zo’n vijf weken tussenuit te gaan. Hoe aardig de studenten ook zijn, er komt na zo tegen het eind van het cursusjaar (gelukkig wel aan het eind, meestal) altijd een moment waarop je de studenten even zat bent. En ja, zij zijn jou dan ook zat – dat is allemaal heel normaal.

Nu ben ik er dan ook nog zo eentje die er flink wat uren bijwerkt – het zal misschien velen van jullie verbazen, maar ik heb nog nergens zo hard gewerkt als sinds ik op het HBO werkt. En ik klaag niet hoor – werken kan fijn zijn, zeker als het zulk leuk werk is als het mijne.

Omdat ik werken nu zo leuk vind, klus ik regelmatig wat uurtjes bij. Ik neem nogal makkelijk uren over van zieke collega’s. Ik had er dan in eerste instantie ook behoorlijk wat moeite mee toen ik van mijn huidige teamleider te horen kreeg dat ik dat niet zomaar mocht doen. Waarom niet dacht ik? Ik zorg er toch voor dat de boel door  blijft draaien?

Inmiddels weet ik dat daar nu juist het probleem zit. Bij mijn instelling (en ik heb het vermoeden dat dat bij veel andere instellingen in den lande niet anders is) wordt stelselmatig overgewerkt. En het probleem is dat veel beleidsmakers dat nu juist wel prettig vinden. Immers, op deze manier draaien de zaken mooi door en hoeft er geen extra werk ingestoken te worden. Er zit dus juist een hele goede kant aan dat op de rem trappen: het maakt zichtbaar waar de zwakke plekken in de organisatie zitten, waar geïnvesteerd moet worden (bijvoorbeeld door meer personeel aan te trekken).

Ik beveel dus van harte aan dat er op meer plekken eens ‘nee’ gezegd wordt tegen het maken van extra uren. Nee, ik vind het nog steeds niet leuk dat ik soms niet extra uren mag draaien – ik maak zelf graag keuzes in wat ik wel en niet wil doen. Maar ik begrijp het inmiddels wel.

Advertenties