Verbijsterveldt

30 november 2011

Slightly off-topic, maar mijn Twitter tijdlijn gonst van verontwaardiging over de inhoud van een brief die minister Van Bijsterveld vandaag naar de tweede kamer stuurt, en waarover je meer kunt lezen in de Volkskrant. Ook ik kan mijn mond hierover niet houden. De minister signaleert dat veel ouders ‘ten opzichte van de school in een consumentenrol’ terechtgekomen zijn. ‘De opvoeding en de overdracht van waarden en normen moet prioriteit krijgen, desnoods ten koste van werk en andere activiteiten.’ En anders huren we maar een oppas in, dat deed de minister zelf ook – die oppas kon dan mooi de verplichtingen jegens school invullen.

Dit kabinet moet oppassen niet de kampioen ‘gerommel in de marge’ te worden. Want terwijl de grote problemen voor het oprapen liggen, steekt men geld in verkeersborden om het rijden van 130 km/uur mogelijk te maken, stelt men een dierenpolitie in en investeert men in ‘een tour door het land en een offensief via de sociale media’ om ouders meer te betrekken bij het onderwijs van hun kind.

En dat terwijl je je kunt afvragen of het probleem van Van Bijsterveldt bestaat. Toegegeven, een beperkte steekproef, maar als ik om me heen kijk op de school van mijn kinderen zie ik de nodige ouders actief: voorleesouders, ouders die meegaan met zwemles, ouders die actief zijn op de crea-middagen, ouders die helpen bij de EHBO-les… je zou bijna denken dat de school nu al niet meer kan draaien zonder de hulp van die ouders. En als het probleem al bestaat, biedt ze geen oplossing – scholen en ouders moeten zelf maar gaan uitvogelen hoe ze dit gaan regelen.

Het erge is, dat ze wel ráákt aan een probleem, maar totaal geen oplossing biedt. De verhouding school-ouders is namelijk de afgelopen jaren/decades wel degelijk veranderd, en er zijn absoluut ouders die de verantwoordelijkheid voor het opvoeden van hun kinderen teveel bij de scholen leggen. Om daar gedragsverandering in te krijgen kom je er echter niet met een publiciteitscampagne, dat vereist wat anders.

Dat vereist visie en maatregelen.

 


Infrastructuur en accreditatie

31 mei 2010

Het lijkt wel of ik van mijn 1 april-‘grap’ zo geschrokken ben dat ik niet meer durf te bloggen. Volkomen ongerelateerd hoor. Het zal meer met het bekende adagium ‘drukdrukdruk’ te maken. Was ik geïrriteerd omdat ik het twitter-artikel van de Havana. Of misschien geen zin. Kan ook.

Nog net op de valreep van mei voel ik het echter weer kriebelen, en beloof ik plechtig – in elk geval tot de zomervakantie – de draad weer op te pikken. Ik heb ook nog wel wat te doen: een follow-up van mijn bericht over de HvA infrastructuur, en er zijn wat nieuwe activiteiten. Bovendien zijn we de afgelopen weken erg druk geweest met de accreditatie van onze instelling, die deze week plaatsvindt. Daar zal ik ook nog wel wat over plaatsen.

Komen de woorden uit de titel toch nog samen.


And the winners are…

19 februari 2010

En alweer een mijlpaal: afgelopen woensdag zijn de prijzen uitgereikt aan de studenten voor het Beeld en Geluid-project. En waar we in eerste instantie van plan waren 3 prijzen uit te reiken zijn er uiteindelijk 7 groepen in de prijzen gevallen.

Er waren in totaal 3 categorieën: beste concept, beste film en een overall-categorie. De kwaliteit bleek uiteindelijk zo hoog te liggen, dat er besloten is om in elke categorie ook een runner-up prijs toe te kennen. Dat bracht het aantal prijzen op 6. Omdat de basis voor het Instituut Beeld en Geluid feitelijk het onderzoek is dat de studenten moesten uitvoeren, is besloten om ook een prijs toe te kennen aan die groep die het onderzoek zo had opgezet dat het de bruikbaarste resultaten opleverde voor Beeld en Geluid.

Omdat het nu het tweede jaar is dat we dit project in samenwerking met Beeld en Geluid doen, konden er wat vergelijkingen getrokken worden. Belangrijk was dat de kwaliteit over het geheel genomen toegenomen was. Tegelijkertijd bleek dat creativiteit in de concepten voor veel studenten lastig bleek. De prijswinnaars echter lieten dingen zien die in een professionele studio niet misstaan hadden.

Wat ook opviel: het enthousiasme en de oprechte verrassing bij de prijswinnaars. De prijzen waren dan ook erg leuk: de winnaars mogen hun idee bij Beeld en Geluid pitchen, en bovendien zijn zij de eerste, trotse, bezitters van de Beeld en Geluid VIPkaart, waarmee zij een jaar lang gratis Beeld en Geluid kunnen bezoeken.

Binnenkort hoop ik nog wat voorbeelden van werk te kunnen posten.


Beloofbaar

16 februari 2010

In deze periode geef ik in onze minor ‘Marketing van de Creatieve Sector‘ de module ‘Projectmanagement’. Tijdens de aftrap van die lessenserie, gisteren, introduceerde ik voor de studenten het begrip ‘beloofbaar’ als alternatief voor de term SMART. Mijn projectmanagement-goeroe, Rudy Kor, gebruikte die term ooit in een cursus die ik bij hem volgde en hij is altijd blijven hangen.

De term is vooral belangrijk bij het afstemmen van het projectdoel tussen opdrachtgever en projectleider, en heeft tot doel te voorkomen dat een projectleider opgezadeld wordt met het niet na kunnen komen van zo’n doel. Het SMART maken van een doel kan de grootste problemen helpen voorkomen, maar Kor zocht een term die het geheel kon afdekken. De oplossing was de term ‘beloofbaar’: immers, voor Groninger als Kor zijn beloftes iets dat je altijd nakomt. Toen hij de term besprak met een Limburgse collega bleek echter de nuance van de term: voor een Limburger is een belofte vaak iets wat je misschien gaat doen. Limburgers beloven veel vaker iets dan Groningers. Dus: het ligt minder absoluut dan in eerste instantie gedacht.

Desalniettemin vind ik het een fijne metafoor om de afspraken tussen opdrachtgever en projectleider te benadrukken. En de anekdote geef ik er gewoon elke keer bij, dan begrijpen de Limburgers het ook. Sterker, het geeft de term nog meer inhoud.

Al ben ik dan een noorderling, ik moet toch de conclusie trekken dat beloven voor mij ook niet zo absoluut ligt. Ik beloofde jullie immers dat ik regelmatig zou schrijven over de voortgang van het project Beeld en Geluid, en dat heb ik dus niet gedaan. En dat terwijl morgen de prijsuitreiking (voor de beste concepten en producten) al plaatsvindt. Dit persoonlijke doel bleek met terugwerkende kracht niet beloofbaar.


Viral

11 februari 2010

Een leuk voorbeeld van viral marketing gisteren: een collega van mij sleutelde een filmpje in elkaar waarin mijn foto verwerkt zat. Dit deed vervolgens snel de ronde onder collega’s. Uiteindelijk gebruikte zelfs één van die collega’s het filmpje tijdens een college in de propedeuse als voorbeeld van viral marketing. Helaas niet met mijn kop…


Spuit 11 geeft ook water

29 januari 2010

Op de valreep bleek vandaag dat ik niet hoef te surveilleren en dat geeft me mooi de ruimte om even een persoonlijk bericht te schrijven, over de iPad in dit geval. Er is al het nodige gezegd en geschreven, en desondanks voeg ik daar nog graag mijn eigen mening aan toe.

Wil ik er één? Ja. Want volgens mij is het namelijk heel simpel: ik heb nog niets vergelijkbaars gezien. Wat dat betreft had Jobs gelijk. Er zijn twee categorieën die in de buurt komen: e-readers en tablets van andere firma’s, maar die zijn om uiteenlopende redenen minder aantrekkelijk.

Wat betreft de e-reader: die is toch een stuk minder sexy. Natuurlijk is het een handig apparaat voor op vakantie omdat je dan niet meer stapels boeken mee hoeft te zeulen, en natuurlijk is de e-ink technologie revolutionair voor het energieverbruik. Maar ik wil ook met een apparaat gezien worden, en daarvoor hebben die dingen toch (veel) te weinig aantrekkingskracht. En het feit dat ik graag een boek in handen wil hebben, blijft dan toch een rol spelen.

Het energieverbruik van de iPad mag dan een stuk hoger liggen, feit blijft dat dit wél een apparaat is waar ik mee gesignaleerd wil worden. Het is het eerste apparaat waarbij ik me voor kan stellen dat ik het abonnement op mijn papieren krant opzeg om een abonnement te nemen op een digitale editie. Verder lijkt het me heerlijk om dit apparaat gewoon in huis te hebben liggen om even mijn mail te checken, een andere track te kiezen op mijn stereo-installatie of om even te surfen. De iPhone is daarvoor net te klein, en een laptop net te log. Daarmee hebben we ook te pakken waarom ik de iPad een stuk beter acht dan andere tablets – het oogt allemaal bijzonder hanteerbaar.

Natuurlijk is het zo dat een aantal technologieën ontbreken om het apparaat echt een killer te maken: een camera, ondersteuning voor Flash, breedbeeld… tegelijk is het zo dat de iPad voor wat hij aan techniek te bieden heeft, eigenlijk goedkoop is. Daarmee is hij feitelijk het eerste Apple apparaat waarvoor dat geldt. Het kan heel goed zijn dat daarvoor een aantal features moesten sneuvelen. Wanneer je die prijs echter vergelijkt met e-readers, komt het apparaat er (erg) gunstig af. Dan koop je dus feitelijk een e-book reader met flink wat extra’s. Die keus is in elk geval voor mij snel gemaakt.

Wat dan overblijft is de rand: die oogt nogal groot, en maakt het apparaat een stuk logger dan hij eigenlijk zou moeten zijn voor de ultieme geek factor. Gezien Apple’s reputatie met stijl, kan het niet anders dat daar een goede reden voor is. Ik ben benieuwd.


Tutoroverleg

1 december 2009

Het project Beeld en Geluid is inmiddels een aantal weken onderweg, en zo langzamerhand krijg ik steeds meer zicht op de voor- Projectwerken nadelen van het projectcoördinator-schap. Nadelen zegt u? Jazeker, het is niet allemaal rozegeur en maneschijn. De positieve gevoelens overheersen, maar het is een flinke klus.

Aan de positieve kant vooral het feit dat je op alle onderdelen van het project invloed uitoefent, en dus een flinke vinger in de onderwijspap hebt. Al is dat niet altijd even makkelijk: mijn kennis van bijvoorbeeld Marketingcommunicatie of Media en Maatschappij is beperkt, wat maakt dat ik niet altijd een mening heb. Je moet dus ook op het oordeel van je collega-docenten kunnen vertrouwen.

De negatieve kant vind ik vooral dat ik soms het gevoel heb op eieren te moeten lopen. Er zitten zoveel variabelen aan zo’n project, dat iedere kleine afwijking grote gevolgen kan hebben. Eigenlijk moet je overal voortdurend bovenop zitten: je bent de spin in het web, je moet alles weten en vooral kunnen inschatten of je in moet grijpen. En wil je ingrijpen, dan moet je er vlug bij zijn; anders is de geest wellicht al uit de fles.

Bij een project op onze instelling worden studentengroepen bij het uitvoeren van de opdracht begeleid door zg. tutoren. Dit zijn ‘gewone’ docenten in de functie van procesbegeleider: zij zijn op dat moment niet actief als inhoudelijk expert, maar moeten de studenten sturen op hun proces. Dus: hoe communiceert men met elkaar, hoe gaat de samenwerking, hoe kunnen de studenten de kwaliteit van het geleverde werk verhogen?

Omdat de rol van een tutor in een project erg belangrijk is (zij zijn toch vaak het eerste aanspreekpunt voor de studenten) kies ik ervoor om alle tutoren regelmatig persoonlijk te spreken. Dat klinkt eenvoudiger dan het is: het zijn er namelijk 30. Op zich lukt dat aardig, maar je ontkomt er niet aan om ook op gezette tijden een overleg te organiseren. Daar manifesteert het op eieren lopen zich het duidelijkst: tutoren zijn erg betrokken, wat natuurlijk positief is, maar ze willen ook allemaal graag hun zegje doen over het project. Het is soms best lastig om als projectcoördinator de touwtjes in handen te houden, en de richting van het project niet te laten beïnvloeden door de input van tutoren.

Zo’n tutoroverleg zal dus nooit mijn hobby worden. Geef mij maar persoonlijk contact.