Digitale video in de praktijk

25 februari 2009

Gister heb ik het vierde practicum Digitale Video gegeven binnen de minor Televisie. Zoals ik eerder al schreef heb ik deze serie lessen samen met een andere docent herontworpen om de lessen meer te laten aansluiten bij de praktijk. Voor het practicum van gister was dit het meest concreet – in de les moesten studenten een montage maken van opnames die ze op basis van de lessen van die collega-docent hadden gemaakt.

En daar begon het gedonder. Omdat die collega vorige week een aantal dagen ziek was, waren een aantal studenten niet op de les verschenen, en hadden (dus?) ook geen opnames gemaakt. Op zich niet zo erg, ze konden aan de gang met opnames van mede-studenten, maar wel een slecht begin.

Vervolgens waren de studenten wat weerbarstig, en de lessen rommelig. Ik zal niet zeggen dat het een het gevolg is van het ander, er zal ongetwijfeld een wisselwerking zijn. Eén van de uitgangspunten van mijn lessen is dat iedereen handelingen zelf moet doen – het zijn immers praktijklessen, en ik vind dat je alleen leert door de handelingen zelf uit te voeren. Omdat er beperkingen zijn in de hoeveelheid apparatuur, en in mijn eigen inzetbaarheid, was er in de praktijk nogal wat wachttijd voordat iedereen aan de gang kon.

Het probleem met de apparatuur is niet meteen oplosbaar, maar ik denk er wel serieus over na om dit practicum volgend jaar met minimaal 2 docenten te geven zodat het allemaal soepeler kan verlopen. Ook ben ik aan het overwegen om het practicum van volgende week anders in te vullen. Ook in dit practicum wilde ik in eerste instantie met praktijkmateriaal laten werken, maar misschien kies ik ervoor om toch met oefenmateriaal te gaan werken – om niet nogmaals een practicum met wachttijd te moeten werken.

Advertenties

Van competentie naar leerdoel

24 februari 2009

Binnenkort hebben wij een teammiddag over toetsen. We werken er de laatste tijd hard aan om de kennis over toetsen omhoog te krikken. Dat gaat lukken, maar er is nog wel veel werk te verzetten. Middels deze teammiddag hopen wij de kennis bij het hele team over toetsen op een hoger plan te brengen.

Intussen proberen wij als toetscommissie verder te denken. Ik heb al eerder gemeld dat we, naast tentamens, ook breder na willen denken over beoordelingsformulieren. Omdat we tegelijkertijd ook bezig zijn met een herziening van de competenties, zou ik ook graag de link tussen competenties en toetsen strakker willen maken. Maar hoe? Is dit een taak voor de toetscommissie? Is dit iets voor een curriculum- en onderwijscommissie?

Ik ben erg nieuwsgierig naar hoe andere opleidingen dit aanpakken. Graag reacties!


Projectmanagement en Prince-2

23 februari 2009

Een aantal weken geleden liet ik me eens ontvallen dat ik niet in Prince-2 ‘geloofde’. Dat leverde me een aantal reacties op, en daaropvolgend de belofte dat ik daar wat uitgebreider over zou schrijven. Hoewel het niet helemaal binnen de kaders van deze blog past, heb ik toch besloten om op deze blog over projectmanagement te schrijven.

Een korte geschiedenis. Ik kwam voor het eerst met Prince-2 in aanraking toen ik informatiemanager bij de Faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de UvA was. Er werden destijds een aantal ICT-afdelingen samengevoegd, en tegelijkertijd werd de Prince-2 methodiek ingevoerd. Van de één op de andere dag kon er binnen de afdeling niets meer zonder dat ‘Prince-2′ er overheen geweest was. Veel mensen hadden daar op een gegeven moment schoon genoeg van: wanneer je een simpele vraag aan een collega stelde, zoals “Heb je een schaar voor mij?” was het antwoord vaak: “Heb je een PID? Nee? Nou, vergeet het dan maar”.

Nu kun je natuurlijk zeggen dat dat niet aan Prince-2 te wijten was, maar meer aan de starre wijze waarop het ingevoerd werd. Daar valt wat voor te zeggen. Ook zal het niet geholpen hebben dat (ook bij mij) destijds nogal wat verzet was tegen veranderingen, omdat men nogal veel tegelijk wilde. Toch heb ik ook later vaak gewerkt dat een al te strak raamwerk vaak belemmerend werkt.

Na mijn tijd bij de UvA heb ik een aantal jaar als adviseur bij een klein adviesbureau gewerkt, en in die hoedanigheid heb ik een aantal klussen voor vooral overheidsinstellingen gedaan. Mijn ervaring uit die tijd is, dat het strakke raamwerk van Prince-2 ook nogal eens gebruikt werd om tekortkomingen van projectmanagers te verdoezelen – er kon vaak niet adequaat gereageerd worden op aanpassingen in het project (zouden de projectmanagers infrastructuur van de Gemeente Amsterdam ook volgens Prince-2 werken? ;->).

Ik denk dat deze kritiek van toepassingen is op veel methodieken van projectmanagement, maar wel het meest op Prince-2 – in mijn ervaring is dat toch wel de starste methodiek. Verder ben ik van mening dat Prince-2 vooral een IT-methodiek is, en dat het ten onrechte vaak op andere projecten wordt toegepast.

Wat mij betreft is projectmanagement vooral het effectief inzetten van sturing van personeel, budget en materiaal. Natuurlijk is het handig daar een bepaalde methodiek voor in te zetten, maar het hoeft niet – het star inzetten van zo’n methodiek zal een project alleen maar belemmeren. Projectmanagement is geen rocket science.


Leerweg(on)afhankelijk toetsen

20 februari 2009

Met ingang van dit jaar hebben wij in de propedeuse gekozen om een aantal vakken niet gelijk te toetsen in de periode waarin ze worden gegeven. Het gaat hierbij alleen om vakken die over meerdere (aaneensluitende) perioden gegeven worden. Het maximaal aantal perioden is drie, en de vakken worden dan aan het eind van de laatste gegeven periode getoetst.

Bij invoering hebben we uiteraard uitgebreid nagedacht over de consequenties, en een aantal docenten waren niet voor. Ook ik zie nadelen, maar vakken gespreid toetsen schijnt hier niet te kunnen. Ik wil me daarom graag wat verder in deze materie verdiepen. Een eerste zoekopdracht op Google leverde nog niet erg veel op: een document van de HAN en iets op Surfgroepen. Er moet meer zijn.

Wie kan me helpen met meer achtergrondinformatie over deze materie?


Derde videopracticum

18 februari 2009

Deze week heb ik het derde practicum van de minor Digitale Video gegeven. Ik heb gemerkt dat ik voor een aantal studenten nog best wel snel door de stof ga, dus ik heb besloten om het lesdoel voor deze les iets aan te passen. Eerder schreef ik dat ik deze les zou opbouwen aan de hand van een te maken leader. Omdat ik voorzag dat niet alle technieken aan de orde gingen komen, heb ik dit thema laten vervallen.

Dat maakt dat de onderdelen van het practicum niet echt meer een gemeenschappelijke noemer hebben, maar dat moet dan maar. Wat overblijft is ‘complexe edits’. De leerdoelen die ik hierbinnen geformuleerd heb zijn:

  • Het werken met audio (stereo, uitgangsniveau, fades)
  • Het kunnen navigeren over de timeline
  • Het aanpassen van edits op de timeline

Ik probeer meer en meer om de studenten ook dingen zelf uit te laten zoeken. Zo was één van de oefeningen het maken van een fade-out. De studenten moesten hierbij zelf proberen uit te zoeken hoe; indien nodig hielp ik ze, maar een groot deel van de studenten kwam er zelf uit. Leuk.

Grappig overigens. Ik geef deze les twee keer achter elkaar, omdat we te weinig computers hebben (15 voor 30 studenten). Ik merk dat ik de tweede les altijd effectiever door de stof ga. Daar zit dus soms wat ruimte voor extra materiaal. Ik heb dan in de tweede les ook nog even kort aandacht besteed aan het gebruiken van tekst op de timeline.


Invullen lesdoelen Digitale Video

11 februari 2009

Naar aanleiding van het overleg met een collega heb ik inmiddels het globale programma van de komende vijf weken in kunnen vullen. Deze zien er als volgt uit:

  • Week 1: Theoretische achtergronden
  • Week 2: Eenvoudige edit-technieken
  • Week 3: Complexe bewerkingen (aan de hand van het maken van een leader)
  • Week 4: Het maken van uitsnijdes en het benutten van uitsnijdes voor eenvoudige montages
  • Week 5: Een interview monteren

Met zulke globale omschrijvingen kan ik natuurlijk nog geen les vullen. Ik heb ze daarom, volgens de reeglen der kunst, proberen om te zetten naar leerdoelen. Op dit moment heb ik de leerdoelen omschreven van de eerste twee practica. Die zien er als volgt uit:

  1. Week 1: Het kunnen benoemen van de interface-onderdelen van Final Cut; het kennen van (een aantal van) de basistermen van videomontage;
  2. Week 2: Door video-clips heen kunnen navigeren, en markeringen kunnen maken; het achter elkaar kunnen monteren van videofragmenten; het begrip three-point-editing kunnen omschrijven en in de praktijk kunnen brengen;

Er zijn natuurlijk twee kritiekpunten te formuleren op basis van deze leerdoelen: het overkoepelende cursusdoel ontbreekt, en de leerdoelen zijn niet praktisch genoeg omschreven. Normaal gesproken dient in een leerdoel ook al exact omschreven te zijn hoe te toetsen is of een leerdoel behaald is. Een goed leerdoel zou bijvoorbeeld zijn:

  • De student kan drie van de vijf hoofdvensters van Final Cut benoemen, en de functie van deze drie omschrijven.

Dit is een goed leerdoel, want toetsbaar. De door mij geformuleerde leerdoelen zin nog te globaal. Ik heb ze in de praktijk wel verder omschreven, maar vond deze blogpost dan te uitgebreid worden. Daarom heb ik het vooralsnog even zo gelaten. Misschien dat ik in de nabije toekomst nog dieper inga op de lesdoelen van één enkele les.

De volgende taak is om de lesdoelen van de volgende drie practica te omschrijven in om de lesinhoud te gaan vullen met werkvormen. De eerste lessen hebben inmiddels plaatsgevonden. Binnenkort hoop ik te schrijven over de resterende lesdoelen, en over de invulling en ervaringen met de lessen.


Practicum raamwerk

9 februari 2009

Vorige week is de minor Redactie en Productie voor Televisie weer begonnen. In deze minor worden studenten opgeleid tot het werken voor de televisie, in al haar facetten. In de praktijk betekent dat dat de studenten te maken krijgen met alle rollen die bij een televisieproductie komen kijken: redactiewerk, maar ook camera, studio, regisseren en het monteren van instarts.

Mijn rol daarin zijn de practica Digitale Videomontage. De studenten leren hierin te werken met Final Cut Express. De lessen in dit practicum lijden aan een fenomeen dat ik vaker tegenkom bij het onderwijs in tools: de tools geven een soort vertroebeld beeld op de werkelijkheid. Aan de ene kant zijn ze zo gebruiksvriendelijk dat iedereen het gevoel heeft het programma snel te beheersen; aan de andere kant hebben ze zoveel mogelijkheden, dat ze snel verworden tot een soort digitale speeltuin – kijk eens meneer, zonder handen!

Aan de docent dus de schone taak dit alles in goede banen te lijden. Daar zijn wij voor! Toch heb ik in de drie maal dat ik dit vak heb mogen geven, de ideale werkvorm nog niet gevonden. Het wordt elke keer beter, dat zeker; maar er blijven situaties voorkomen dat ik mogelijkheden aan het programma uitleg die ik dan in de instarts terugzie, op een manier die ik eigenlijk niet wil. (Lees: verschrikkelijke effecten bij de overgangen tussen scenes, die ik nog niet in een derderangs live voetbalreportage wil zien…)

Vandaar dat ik de module voor de derde keer ga herzien. De eerste stappen zijn inmiddels gezet. Ik wil graag nog meer uit kunnen leggen aan de hand van praktijkmateriaal. Met de docent Inhoudelijke montage heb ik daarom afspraken gemaakt over materiaal wat in die lessen geschoten wordt, wat dan weer tijdens de practica ingezet gaat worden als oefenmateriaal. Ook heb ik met hem afgestemd over de wijze waarop er met dat materiaal geoefend moet worden. Ik ben heel benieuwd, en zal jullie de komende weken laten meegenieten met mijn worsteling.