Excelleren & het OER

23 maart 2010

Het instituut waarop ik lesgeef heeft de afgelopen jaren een stormachtige groei doorgemaakt: in mijn eerste jaar zaten we op het (destijds enorme) aantal van 24 klassen (ong. 750 studenten). Daarna zijn we doorgegroeid naar astronomische aantallen; vorig jaar bereikten we het voorlopige record van 39 klassen (ong. 1300 studenten). Doordat we dit jaar gewerkt hebben met een numerus fixus is dat aantal nu begrensd op 30 klassen (960 studenten).

Bij een dergelijke groei is het soms lastig kwaliteit voorrang te geven. Begrijp me goed, ik denk dat we het de afgelopen jaren heel goed gedaan hebben – maar het is meer een kwestie van de kwaliteit bewaken, dan van de kwaliteit laten toenemen. Dat eerste is gelukt, voor dat laatste hebben we vaak gewoon de tijd niet gehad.

Nu we door de numerus fixus de aantallen hebben beperkt, is er mogelijkheid om extra aandacht te geven aan de goed presterende student. Sinds kort hebben we een cum laude-regeling voor de propedeuse, om zo hoge scores te bevorderen. Verder hebben we als onderwijsinstelling de handschoen op kunnen pakken (mede door de enthousiaste initiatieven van collega @lisetteh) en een excellentie-programma gecreëerd.

Het grappige is dat het mes aan twee kanten lijkt te snijden (zoals zo vaak). De lichting studenten van dit jaar vraagt hier ook zelf om. Een voldoende is lang niet altijd genoeg; we hebben een niet onaanzienlijke groep die een vak wil herkansen als ze daar onder de maat denken te hebben gescoord. Ja, dat betekent extra werk; maar als je daar studenten mee kunt motiveren is dat iedere minuut waard.

Dat roept wel meteen een aantal vragen op, met name op het gebied van herkansingen. Want welk cijfer telt wanneer twee kansen zijn gemaakt? Het hoogste cijfer of het laatst behaalde cijfer? Vervolgens kun je dan in relatie tot cum laude de vraag stellen of een student die het hoge cijfer pas in tweede instantie behaald heeft, net zoveel recht heeft op de vermelding cum laude als die student die het in één keer heeft gedaan.

De regels met betrekking tot die herkansingen worden op HBO’s vastgelegd in een zg. OER, een Onderwijs- en Examen- Regeling. Ik heb dan ook gemengde gevoelens bij het lezen van een bericht op Havanaweb over de voorgestelde OER van volgend jaar. Als regelfreak vind ik het logisch (zeker in het licht van de cum laude-regeling) dat het laatste cijfer telt. Ik ben er echter bang voor dat een bij-effecht zal zijn dat de wil van studenten om zich in te zetten voor een hogere beoordeling de kop ingedrukt zal worden. Dat zou ik jammer vinden.

Advertenties

Onderwijsevaluaties

22 maart 2010

EvaluatieformulierOnze studenten worden er regelmatig suf van: evaluaties binnen het onderwijs. We evalueren werkelijk alles: studenten krijgen vragenlijsten na iedere periode, docenten evalueren onderling, het project wordt geëvalueerd… en dat elke periode, elk jaar weer. Geen wonder dat ze soms wel een beetje evaluatie-moe zijn.

Als gevolg daarvan vallen de aantallen ingevulde evaluaties wel eens tegen. Dat roept bij mij meteen de vraag op hoe representatief die evaluaties dan wel zijn, maar daar heb ik op dit moment geen antwoord op. Het neemt in elk geval niet weg dat er soms toch interessante input is te halen uit zo’n enquête.

Recent is mijn Beeld en Geluid-project geëvalueerd, en ook daar had ik op een hogere respons gehoopt. Zo’n 35 % van de studenten hadden de moeite genomen om de enquête in te vullen. Gelukkig met een overwegend positief resultaat: op bijna alle onderdelen heeft het project hoger gescoord dan vorig jaar. Als rapportcijfer kreeg het project een 6,45; een kwart punt hoger dan vorig jaar.

Er is echter nog genoeg ruimte voor verbetering (zoals dat rapportcijfer ook al aangeeft). Inmiddels heeft het eerste overleg met de opdrachtgever alweer plaatsgevonden, en hebben we de intentie uitgesproken ook volgend jaar door te gaan. Een aantal aspecten zal daarbij aangepast worden.


Laptops in het onderwijs: wel of niet?

19 maart 2010

Het antwoord lijkt voor de hand te liggen: natuurlijk wel. Met laptops kun je immers je onderwijs essentieel verrijken, door bijvoorbeeld oefeningen aan te bieden. Hierover schreef ik al eerder op deze blog. Ik ben dan ook een voorstander van het gebruik van laptops.

Neemt niet weg dat ik graag even een kanttekening wil plaatsen bij een bericht van Wilfred Rubens. Ik kan het me namelijk heel goed voorstellen dat een docent op individuele basis zegt dat de laptops dicht moeten blijven. Als beleid gaat het me (veel) te ver, maar laptops kunnen wel degelijk ook hinderlijk zijn.

CollegezaalKijk maar eens naar de opbouw van veel collegezalen: de zitrijen lopen vaak op naar achteren. Dat kan betekenen dat door de opengeklapte schermen, je het zicht op de studenten ontnomen wordt. Dit alleen al vind ik voldoende reden om laptops in bepaalde lessen niet toe te staan, ook al wil de student de laptop gebruiken voor aantekeningen. Zeggen dat een docent die laptops verbiedt ouderwets is, werkt in de hand dat studenten dat niet gaan accepteren – en dat vind ik een slechte zaak.

Als tegenargument hoor ik nogal eens dat wanneer de vrees bestaat dat studenten andere dingen gaan doen op hun laptop, docenten hun lessen dan maar aantrekkelijker moeten maken. Dat vind ik geen sterk argument. Natuurlijk is het de uitdaging van de docent om de aandacht van de studenten te trekken. Maar zelfs bij een goed opgezette, interactieve les kun je studenten hebben die ogenschijnlijk wat anders lijken te doen op de laptop, en dat kan de docent afleiden. Reden genoeg voor de docent om te zeggen dat de laptop gesloten moet worden, lijkt me (tenzij de laptop nodig is voor de les, uiteraard).

Overigens hoop ik nog steeds dat wij laptops vanaf volgend jaar verplicht kunnen stellen, omdat ik uitkijk naar de interactieve mogelijkheden die me dat geeft. Dat hangt echter nog steeds van infrastructurele zaken af of we dat gaan halen…