Onderwijsontwikkeling

20 september 2011

Ai. Het was weer lange tijd stil. En nu steek ik mijn kop weer boven water, en zie ik er opeens anders uit. Ik ben namelijk geen docent meer (ik word soms al aangesproken als ex-docent), maar ben ik senior medewerker onderwijsontwikkeling. Van een nieuwe afdeling Onderwijs & Kwaliteit. Oef.

Oef, want het is die eerste weken soms best wel wennen. Weg is de dynamiek en de druk van het nieuwe schooljaar. Niet dat er geen werk op me ligt te wachten, maar in plaats van af en toe een uurtje, heb ik opeens meerdere uren achter elkaar om ergens aan te werken. En dat is gek.

Gelukkig heb ik heel veel zin in deze nieuwe functie, en ligt er genoeg werk op me te wachten. Over dat nieuwe werk hoop ik weer met enige regelmaat te bloggen. Om een aftrap te geven heb ik op MIC-Next alvast een blogje geschreven over een aantal DropBox tools die ik tegenkwam op het web. Veel plezier, en tot gauw.

Advertenties

Onderwijs in motion

7 februari 2011

Afgelopen week deden we de zaken bij onze opleiding eens anders dan anders. We zijn gewend te werken aan langlopende projecten (nou ja, 7 weken) en met vaste groepen. En dat hebben we even anders gedaan: groepen van 8 of 9 studenten die elkaar niet of nauwelijks kenden hebben een project van een week gedaan, onder de noemer Students in Motion (SIM). Dat leverde soms verrassende resultaten op: niet alleen studenten in motion, maar ook onderwijs in motion.

Wat organisatorische rimram vooraf: onze hogeschool is verdeeld in een aantal domeinen. Ons domein, Media, Creatie en Informatie, bestaat uit een vijftal opleidingen. Normaal gesproken zijn opleidingen onafhankelijk van elkaar, maar in dit project werd dus intensief samengewerkt. De projectgroepen werden op basis van thema en opleiding samengesteld, waardoor in ieder team verschillende opleidingen vertegenwoordigd waren – en er werd een coach toegewezen. Er was een spectaculaire kickoff op maandag (inclusief het breien van een gigantische trui) en vervolgens werden de studenten losgelaten, met als opdracht een kleine flashmob te organiseren en deze te filmen.

Deze flashmob moest een boodschap hebben, en deze boodschap moest gekoppeld zijn aan een specifiek deel van de stad Amsterdam. Om dit voor de studenten mogelijk te maken waren er een aantal ontmoetingen georganiseerd: de studenten konden kennismaken met organisaties in het stadsdeel, maar ook op bezoek gaan bij bedrijven om daar gecoacht te worden door een professional van het bedrijf. De reacties van de studenten op deze mogelijkheden waren overwegend positief – al mijn groepen gaven aan op die sessies hun idee concreter te hebben gemaakt.

Als coach was het de bedoeling je studenten in deze week driemaal te zien: bij de kickoff, op woensdag en op vrijdag. En omdat het organisatorisch lastig is om 1500 studenten tegelijkertijd in onze gebouwen te plaatsen, mocht je zelf moment en plaats kiezen. Even afgezien van het feit dat het leuk was om als docent even het openbare leven van de stad in te duiken (lees: in een café te gaan zitten), had deze werkvorm voor mij onverwachte resultaten. Het gaf mij veel energie om de studenten op deze manier te kunnen coachen, want er ontstond veel eerder dan anders een dialoog tussen coach en studenten.

Moeilijk aan te geven waar deze verbetering precies in zat, maar ik ben er van overtuigd dat het deels komt omdat deze coachingsmomenten veel minder in een organisatorisch keurslijf zaten dan normaal. Het enige voorgeschreven element was immers de timing – de aanpak en inhoud van de coaching kon je vooral van de situatie laten afhangen. Natuurlijk kun je deze vrijheid ook pakken in een ‘traditioneel’ projectsysteem, maar dan ben je toch meer begrensd door beschikbare ruimtes in het rooster en gaat er toch snel meer aandacht aan bijvoorbeeld de wijze van vergaderen.

Het enthousiasme werd voor een groot deel gedeeld door de studenten. Vooraf was er op twitter wel enige scepsis van de studenten te zien, maar het was opvallend hoe snel die stemming omsloeg. Ik ben zelf in elk geval van plan om na te denken over hoe we deze vorm van coaching op de een of andere manier in onze projecten kunnen brengen. Wellicht is het een aardig idee om in onze projecten meer te werken met tussenproducten, waar de coaching dan meer op kan worden afgestemd. Wordt vervolgd.

Wil je een indruk krijgen van de creativiteit van onze studenten? Zoek eens op Youtube op #hvasim. Veel plezier!

 


Kalshoven en tijdschrijven

3 februari 2010

En ik maar denken dat ik dit artikel gepubliceerd had… bleek het gewoon nog in de wachtrij te staan. Geen wonder dat het zo lang stil bleef op mijn blog. Inmiddels is het wat verouderde kost, maar ik wil jullie het artikel toch niet onthouden – bovendien wil ik graag dat mijn inspanningen zich uitbetalen. 😉

Frank Kalshoven en onderwijs, ik vind het geen gelukkige combinatie. Al eerder schreef ik over een column van Kalshoven in Vrij Nederland, waarin hij wel erg kort door de bocht ging over onderwijs. En dat herhaalt hij in de VN van deze week.

Er is het nodige te doen geweest over het advies van de Onderwijsraad over tijdschrijven. In het rapport ‘Naar doelmatiger onderwijs; zes manieren om het doelmatigheidsbesef in het onderwijs te verbeteren‘ adviseerde de Onderwijsraad om (onder andere) het tijdschrijven in het onderwijs in te voeren. Plasterk ging hier middels een ingezonden brief in de Volkskrant fel tegenin.

Plasterk had mij als medestander, maar Kalshoven dus niet, blijkt uit zijn column van deze week. Zijn punt: tijdschrijven is een uitstekend instrument om de doelmatigheid en kwaliteit van het onderwijs te verhogen. Dat ben ik ook nog met hem eens. Het laat echter een ander element uit de discussie volkomen onbelicht.

Veel (hoger) onderwijs-instellingen hebben namelijk al een tijdschrijf-systeem. Bij onze instelling heet dat de taaklast. Voor iedere taak die een docent op zich neemt, of het nu gaat om colleges, practica, onderwijsontwikkeling of iets anders, staat een vast aantal uren. Het gaat daarbij niet alleen om de uren die het kost om een les te geven, maar ook om voorbereidingstijd. En dat allemaal keurig gerubriceerd per soort activiteit: voor een uur college staan bijvoorbeeld meer uren dan voor een practicum, omdat het voorbereiden van een practicum in onze onderwijsopzet doorgaans meer uren vraagt.

Met andere woorden: docenten krijgen taken toegewezen, en die taken tellen op tot een totaal voor een bepaalde periode. In principe zou dus eenvoudig aan een taaklast te zien moeten zijn wanneer een docent ‘vol’ is. Maar nu komt het leuke: de dagelijkse werkelijkheid is vaak anders. Helaas kan het heel goed zo zijn dat een docent die volgens de taaklast voor 100 % bezet is, in praktijk veel te veel uren draait.

De conclusie moet dus zijn dat er op veel instellingen een (potentieel) goed systeem bestaat om doelmatigheid en kwaliteit in het onderwijs te vergroten. Is het dus raar dat veel docenten in opstand komen? Nee, want het advies voelt als het afwentelen van een tekort van een bestaand systeem (waarbij de druk op het management ligt) op de werknemers (die al in veel gevallen teveel uren draaien). De omgekeerde wereld dus.

Wat overblijft is de mogelijkheid dat Plasterk dit niet inzichtelijk genoeg gemaakt heeft in zijn brief, of dat hij wellicht niet eens van het bestaan van taaklast-achtige systemen afweet. In dat geval kloppen zijn argumenten niet, maar met de conclusie kan ik het alleen maar eens zijn.


Curriculumherziening

27 maart 2009

Nou ja, dat is een groot woord. Maar afgelopen woensdag hebben we met een deel van de propedeuse-collega’s (te weten de projectcoördinatoren, de SLB-coördinator en ik) rond de tafel gezeten om eens lekker het programma van volgend jaar in elkaar te timmeren. Altijd een leuke sessie, zo met de handen bezig zijn.

Er zitten een paar elementen in waar ik enthousiast over ben:

  • Er komt meer aandacht voor projectvaardigheden/projectmanagement, en dat wordt beter in het curriculum ingebed;
  • Het karakter van Presenteren wordt veranderd, wordt minder ‘spreekbeurt houden’ en gaat meer in de richting van het commerciële (‘pitchen’)
  • Het internationale element wordt versterkt.

Uiteraard moet het één en ander nog verder in detail worden besproken. Het is nu alleen nog ‘en petit comité’ zoals een collega van mij altijd zo mooi zegt besproken, hoewel de teamleiders van de andere profielen er wel al zijdelings bij betrokken zijn geweest – en dat is positief.

Uitdaging: één van mijn vakken, altijd een beetje krom Computervaardigheden geheten, zal in samenhang met o.a. projectvaardigheden gegeven gaan worden. Dat betekent dat er een flinke herziening plaats moet gaan vinden. Het vak valt in periode 1 en zal dus in de komende periode herzien moeten gaan worden. Weer extra uren! Maar zo’n herzieningsklus laat ik niet zomaar vallen.


Toekomstperspectief

17 december 2008

Een wat melodramatische titel, maar ik kon het niet laten zo aan het eind van 2008. 🙂 In een gesprek met mijn manager gisteren heb ik een aantal plannen voorgelegd, een aantal taken waar ik uren voor wilde. En eigenlijk zijn al deze eisen ingewilligd. Niet allemaal even concreet, maar het begin is er.

Om kort te gaan was ik op zoek naar mogelijkheden om naast mijn docentschap ook mijn onderwijskundige achtergrond effectiever te kunnen inzetten voor ons instituut. Ik krijg nu ruimte voor:

  • Het doorlichten van het ICT-curriculum van onze opleiding, uiteraard te beginnen in de propedeuse (dit inclusief een aantal uren)
  • Het zoeken naar een methode om mijn kennis van/gedachten over onderwijsontwerp effectiever in te zetten
  • Het op schrift stellen van een aantal quick wins die we kunnen realiseren op het gebied van ICT in onderwijs

Verder mag ik ook op zoek naar een cursus op het gebied van coaching, en mag ik nog wat actiever naar congressen op zoek – al blijft het natuurlijk altijd een probleem dat de lessen daar dan op afgestemd moeten worden.

Verwacht dus de komende tijd meer blogposts over deze onderwerpen. 🙂