Laptops in het onderwijs: wel of niet?

19 maart 2010

Het antwoord lijkt voor de hand te liggen: natuurlijk wel. Met laptops kun je immers je onderwijs essentieel verrijken, door bijvoorbeeld oefeningen aan te bieden. Hierover schreef ik al eerder op deze blog. Ik ben dan ook een voorstander van het gebruik van laptops.

Neemt niet weg dat ik graag even een kanttekening wil plaatsen bij een bericht van Wilfred Rubens. Ik kan het me namelijk heel goed voorstellen dat een docent op individuele basis zegt dat de laptops dicht moeten blijven. Als beleid gaat het me (veel) te ver, maar laptops kunnen wel degelijk ook hinderlijk zijn.

CollegezaalKijk maar eens naar de opbouw van veel collegezalen: de zitrijen lopen vaak op naar achteren. Dat kan betekenen dat door de opengeklapte schermen, je het zicht op de studenten ontnomen wordt. Dit alleen al vind ik voldoende reden om laptops in bepaalde lessen niet toe te staan, ook al wil de student de laptop gebruiken voor aantekeningen. Zeggen dat een docent die laptops verbiedt ouderwets is, werkt in de hand dat studenten dat niet gaan accepteren – en dat vind ik een slechte zaak.

Als tegenargument hoor ik nogal eens dat wanneer de vrees bestaat dat studenten andere dingen gaan doen op hun laptop, docenten hun lessen dan maar aantrekkelijker moeten maken. Dat vind ik geen sterk argument. Natuurlijk is het de uitdaging van de docent om de aandacht van de studenten te trekken. Maar zelfs bij een goed opgezette, interactieve les kun je studenten hebben die ogenschijnlijk wat anders lijken te doen op de laptop, en dat kan de docent afleiden. Reden genoeg voor de docent om te zeggen dat de laptop gesloten moet worden, lijkt me (tenzij de laptop nodig is voor de les, uiteraard).

Overigens hoop ik nog steeds dat wij laptops vanaf volgend jaar verplicht kunnen stellen, omdat ik uitkijk naar de interactieve mogelijkheden die me dat geeft. Dat hangt echter nog steeds van infrastructurele zaken af of we dat gaan halen…

Advertenties

Dilemma’s bij massa-onderwijs

21 januari 2009

Ik heb al eerder opgemerkt op deze blog dat wij op ons instituut te maken hebben met enorme aantallen studenten. Dit jaar begonnen er zo’n 1300 in de propedeuse. Volgend jaar ligt dat aantal lager, omdat we met een numerus fixus gaan werken – maar we zullen vermoedelijk nog steeds 960 studenten hebben.

Deze aantallen leggen uiteraard een flinke druk op het onderwijs. Het is ten eerste organisatorisch een flinke klus om de boel aan elkaar te breien, maar het heeft ook gevolgen voor de invulling van het onderwijs. Een praktisch voorbeeld.

Komende periode ben ik in de propedeuse o.a. verantwoordelijk voor de module Websitebouw. In deze module proberen wij studenten wegwijs te maken in HTML. Als men mij zou vragen deze module zonder randvoorwaarden te ontwerpen, zou ik er vermoedelijk voor kiezen om de studenten in kleine groepen in te delen, steeds een klein stukje theorie aan te dragen en ze daar meteen mee aan de gang te laten gaan. Ik zou ze bijvoorbeeld websites laten beoordelen: wat vind je hier goed aan, en wat niet?

Met onze aantallen is dat wat mij betreft niet te doen. Ik denk dat voor deze werkvorm de maximale grootte zo’n 30 studenten is. Dat betekent dat deze lessen iedere week weer 30 keer gegeven moeten worden. Dat is gewoon te veel. Uiteindelijk kies ik daarom voor een serie van vijf practica en een serie van vier colleges. We proberen die lessen uiteraard te koppelen, maar dat is lastig. Bovendien lijdt het onderwijs onder het probleem dat studenten de aangedragen theorie in de lessen vaak alweer kwijt zijn op het moment dat ze aan de practica beginnen.

Heel vervelend, maar ik zie de oplossing vooralsnog niet. Wie wel? Zijn er alternatieven om dit probleem op te lossen?


Hoe interactief kan een een college zijn?

18 december 2008

Soms kom je op vragen waarvan je niet eens wist dat ze bestonden. Deze vraag is er zo één. Want uiteraard kan een college heel interactief zijn. Toch?

Nou ja, binnen randvoorwaarden uiteraard. Interactiviteit heeft een bovengrens qua aantal studenten. Waar die ligt is moeilijk aan te geven; sommige docenten slagen er nog in om bij grote groepen heel interactief te zijn, terwijl bij andere docenten die grens veel lager ligt. In elk geval is het duidelijk dat hoe groter de groep is, hoe moeilijker het is om het initiatief ‘terug te pakken’ zodra je het aan de groep overgeeft. Daarnaast is het duidelijk dat sommige werkvormen beter functioneren bij kleinere groepen. In grotere groepen voelen mensen zich over het algemeen minder veilig, laten ze minder snel het achterste van hun tong zien.

Toch was ik wel enigszins verrast door een aantal docentreacties toen ik een college ontwerptechnieken (binnen de module Multimedia) had omgewerkt naar een volledig interactieve vorm. De belangrijkste vraag die daarbij gesteld werd was: kunnen we dit doen voor deze groepsgrootte? Moeten we deze werkvorm niet reserveren voor kleinere groepen?

Ik was hier enigszins door verrast. Het leek mij dat wanneer je als docent interactiviteit kunt bewerkstelligen, de groepsgrootte van minder belang is. Voor alle duidelijkheid: binnen het vak Multimedia moeten de studenten in groepen een product opleveren, en ieder college bestond uit 6 van die groepen – maximaal 50 studenten in totaal. We lieten meerdere ontwerpinstrumenten de revue passeren en uitvoeren door de studenten, zoals een aantal vormen van brainstorming. Het idee was dat deze ontwerptechnieken door de studenten gebruikt zouden kunnen/moeten worden binnen hun eigen groep.

Ik had het ook prettiger gevonden wanneer ik steeds met één groep intensief met die werkvormen aan de gang kon, maar ik zag geen beletsel om het ook voor meerdere groepen tegelijk te doen. Wat zegt de wetenschap hierover? Wat zijn de ervaringen van collega’s elders? Zijn hier bovengrenzen aan te geven?