Aftellen

9 november 2009

Het viel niet mee hoor, de afgelopen weken. Ik heb af en toe met het zweet in mijn handen gestaan om het project klaar te hebben. Maar het staat nu – en we gaan morgen met alle propedeuse-studenten op bezoek bij het Instituut voor Beeld en Geluid. Best spannend, aftellen dus.

Wat was dan zo moeilijk? Om kort te gaan – waarschijnlijk gaan een control freak en zo’n groot project niet samen. Want het is bijna ondoenlijk om bij alles de touwtjes in handen te houden. Zo dacht ik me goed voorbereid te hebben voor het eerste overleg met de tutoren (de docenten die de studentengroepen begeleiden bij het uitvoeren van hun opdracht), en kwamen er toch nog vragen uit voor mij onverwachte hoek. Dat hebben we allemaal weer kunnen bijstellen, maar het geeft wel aan hoe wankel het evenwicht is in zo’n project – en dan vooral het evenwicht tussen theorie en praktijk.

Mede daarom heeft mijn blog er ook wat eenzaam bij gestaan. Ik beloof mijn leven te beteren, en af en toe eens te schrijven over het reilen en zeilen van dit project. Binnenkort bijvoorbeeld meer over dat evenwicht.

Advertenties

Voorbeelden personal branding

28 september 2009

Ik ben enthousiast over het feit dat er bij één van onze afstudeerprofielen in het SLB-programma aandacht is voor personal branding. Ik vind het zelf een leuk onderwerp, en bovendien denk ik dat het zeer nuttig is voor onze studenten. Ook leuk is dat de één van de auteurs van het boek dat we gebruiken, Tom Scholte, persoonlijk heeft gereageerd op mijn blog en dat we momenteel in gesprek zijn over de wijze waarop andere HBO’s dit in hun onderwijsprogramma verwerken.

Want meer voorbeelden blijk ik wel heel zinnig te vinden. Natuurlijk komt mijn enthousiasme voort uit het feit dat ik het zelf in een bepaalde mate inzet, en kan ik dat als voorbeeld aanhalen. Dat doe ik ook: daarmee kan ik laten merken dat ik er enthousiast over ben, en wat ik er persoonlijk mee kan. Ook staan er een aantal voorbeelden in het boek, die ik kan gebruiken.

Toch merk ik dat ik behoefte heb aan meer. Aan de ene kant kan ik me voorstellen dat het voorbeeld van een docent studenten wel enigszins vermoeit: ik sta immers wat verder weg van hun belevingswereld. Ook de voorbeelden in het boek zijn voor hen nog wat abstract: niet iedereen plaatst zich al even makkelijk in een beroepsmatige positie, ze moeten vaak nog wat schroom overwinnen.

Vandaar dat ik op zoek ben naar nog meer voorbeelden, waarmee ik de studenten zou kunnen prikkelen. Heb je leuke voorbeelden of ideeën, laat het me weten!


Spanningsvelden in onderwijs

22 september 2009

Best een lastige klus, zo’n project. Ben op dit moment hard bezig met de voorbereiding. En ondanks het feit dat we een zeer coöperatieve opdrachtgever hebben, zijn er her en der een aantal spanningsvelden te ontwaren.

Om er een paar te noemen: allereerst is het natuurlijk zaak om de wensen van opdrachtgever en opdrachtnemer, als vertegenwoordigd door de school, met elkaar in overeenstemming te brengen. Bij ons op school wordt immers hoofdzakelijk gewerkt met ‘echte’ opdrachtgevers. En dat is mooi, want leerzaam en uitdagend voor de studenten. Maar een opdrachtgever werkt natuurlijk nooit helemaal belangeloos mee aan zo’n project, het moet ook wat opleveren. Dat wil wel eens bijten.

Wanneer je dat een beetje met elkaar in overeenstemming hebt, komt het volgende spanningsveld in zicht. Ook intern doe je het project immers niet alleen: er liggen de nodige vakken aan ten grondslag, en die vakken moeten de theorie behandelen die noodzakelijk is voor het uitvoeren van de opdracht. Tegelijkertijd is er van tevoren bepaald welke kennis onze studenten moeten opdoen, dus het is niet zo dat ons onderwijs volledig in dienst van het project kan staan. (Idealiter wel natuurlijk, maar dat blijkt moeilijk vol te houden met echte opdrachtgevers.)

Dan zijn er ook nog spanningsvelden onderling: de onderwerpen en samenhang tussen de vakken moet goed afgekaart worden. Dat is op zich natuurlijk niet uniek voor een project, maar wel een speciale taak voor de projectcoördinator omdat hij of zij het volledige overzicht heeft (of hoort te hebben).

Pfft… ik word er flink moe van als ik het zo opschrijf. We komen er wel uit, maar ik moet er nog even stevig aan trekken.


Personal branding

11 september 2009

Grappig, soms zie je spontaan een aantal zaken bij elkaar komen. Afgelopen jaar schreef ik over personal branding en over het feit dat dit in ons onderwijs nog weinig expliciete aandacht krijgt. Tegelijkertijd heb ik hier ook wel eens geschreven over mijn reserve tegen portfolio’s. Groot is dan ook mijn enthousiasme over het integreren van personal branding bij de studieloopbaanbegeleiding van één van onze afstudeerprofielen.

Eén van de onderdelen van dit SLB-proces was altijd het bijhouden van een weblog. Met een beetje goede wil kon je dit weblog als een portfolio zien: per periode moesten een aantal opdrachten op dit weblog geplaatst worden, variërend van specifieke SLB-opdrachten tot eigen materiaal (artikelen, foto’s, etc.). Op zich prima om de studenten aan zo’n portfolio te laten werken; in de praktijk echter bleek dat de studenten dit echt als een moetje zien. Er kwamen maar weinig bijdragen tot stand vanuit een persoonlijke motivatie.

Ik denk echter dat het ei van Columbus gevonden is: komend jaar wordt dit weblog gekoppeld aan personal branding. In de eerste SLB-lessen worden de studenten uitgedaagd om (samen met de docent en het boek Personal brand.nl) na te denken op welke wijze zij zich op het internet willen en kunnen profileren. Dit moet uitmonden in een opzet voor een eigen personal brand. Deze online identiteit mag op verschillende wijze vormgegeven worden, maar een weblog moet in elk geval onderdeel zijn van dit plan.

Ik denk dat dit erg nuttig is voor de studenten. Zij zijn er zeer bij gebaat om zich professioneel op internet te profileren, en studieloopbaanbegeleiding is hier een uitstekend middel voor. Ik ben dus zeer benieuwd naar de resultaten.


Computervaardigheden – een andere insteek

26 augustus 2009

Mijn bijdrage over het vak Computervaardigheden heeft al een aantal reacties opgeleverd. Net toen ik van plan was om verder te borduren op deze opmerkingen, kwam ik dit artikel tegen. Er zitten een aantal voor onderwijs zeer bruikbare analogieën in.

Aanleiding voor het artikel is een video van Google, waarin toevallige voorbijgangers op Times Square in New York een aantal vragen gesteld worden over internetgebruik. Wat blijkt? Veel mensen weten niet wat een browser is, sterker nog, velen kunnen niet de browser noemen die zij zelf gebruiken voor internettoegang.

Hilarisch, inderdaad. Maar als je er wat beter over nadenkt zijn er wellicht lessen uit te trekken voor ons onderwijs. Want is het wel zo erg dat mensen niet kunnen benoemen wat hun browser is? Het zou ook zo kunnen zijn dat internetgebruik zo ingeburgerd is dat mensen niet meer hoeven na te denken over hun specifieke browser. Internet is immers gemeengoed geworden. Hoeveel mensen weten nog hoe de motor in hun auto werkt, en wat voor specifieke uitvoering het is? Juist, alleen autoliefhebbers, en het spreekt voor zich dat niet iedereen dat hoeft te zijn.

Wellicht betekent dit dat we ook het Computervaardigheden-onderwijs anders moeten benaderen. Zou het zou kunnen zijn dat wij als docenten de computer teveel benaderen vanuit ons eigen perspectief? Als we even de vertaling maken: ik wil als docent graag dat studenten weten dat de Explorer onder Windows de plek is waar documenten worden beheerd. Maar als studenten wellicht niet weten wat een browser is, is die Explorer voor hun misschien ook wel erg abstract.

Ik heb niet gelijk een kant-en-klaar onderwijsplan klaar. Sterker nog, ik denk dat het wel eens knap lastig kan zijn om hier mee aan de slag te gaan. Het is echter wel een interessante denkrichting, en ik ben benieuwd naar jullie reacties.


Computervaardigheden

19 augustus 2009

Toen ik gisteren blogde over het vak Computervaardigheden, realiseerde ik me dat het goed was dat te verduidelijken. Vervolgens reageerde Karin Winters op die blog, en wist ik het zeker: dit had verduidelijking nodig. Het heeft mij namelijk ook altijd verbaasd dat dit nodig was op een hogeschool-opleiding. Want ja, toen ik meer dan 10 jaar geleden bij de opleiding Psychologie van de Universiteit van Amsterdam werkte, vond ik het acceptabel dat er studenten waren die moeite hadden met computergebruik. Maar in een HBO-opleiding anno 2009? Toch is de werkelijkheid minder rooskleurig dan je zou willen of hopen.

Ik werd feitelijk voor de eerste keer met het vak geconfronteerd toen ik nog in mijn sollicitatieprocedure zat. Tijdens het sollicitatiegesprek werd mij gevraagd hoe ik het vak Computervaardigheden dacht vorm te geven. Doorvragen leerde me dat het inderdaad daarom ging, het studenten aanleren van basisvaardigheden op de computer. Dat deed de opleiding destijds in 2006, en doet de opleiding nog steeds in 2009. En ik ben bang dat het nog steeds nodig is.

Het gros van onze studenten “wil iets in de media doen”. De rest heeft een beeld bij zijn of haar toekomstige beroep: redacteur bij een tijdschrift worden, of freelance journalist. Of nog iets anders. Ik heb het idee dat daar ook een scheiding der geesten ligt: de groep die iets in de media wil doen, heeft de misvatting dat dat in de maatschappij van vandaag zonder computers kan. Helaas.

Het vak Computervaardigheden heeft daarom eigenlijk een tweeledig doel: het belangrijkste doel is (uiteraard) om de studenten die vaardigheden bij te brengen, die noodzakelijk zijn om aan onze instelling succesvol te kunnen studeren. Mede daarom zou ik het vak ook liever Studievaardigheden noemen. Daarnaast proberen we studenten ook te doordringen van de belangrijke plek die computers tegenwoordig innemen.

Waar ik nu wel benieuwd naar ben is hoe andere instellingen dit doen. Speelt dit probleem van beperkte computerkennis op meer opleidingen? En zo ja, hoe wordt dat dan opgelost? Met lessen, of moeten studenten dit wellicht in eigen tijd bijspijkeren? Een volgende keer meer over de inhoud van het vak.


Curriculumherziening

27 maart 2009

Nou ja, dat is een groot woord. Maar afgelopen woensdag hebben we met een deel van de propedeuse-collega’s (te weten de projectcoördinatoren, de SLB-coördinator en ik) rond de tafel gezeten om eens lekker het programma van volgend jaar in elkaar te timmeren. Altijd een leuke sessie, zo met de handen bezig zijn.

Er zitten een paar elementen in waar ik enthousiast over ben:

  • Er komt meer aandacht voor projectvaardigheden/projectmanagement, en dat wordt beter in het curriculum ingebed;
  • Het karakter van Presenteren wordt veranderd, wordt minder ‘spreekbeurt houden’ en gaat meer in de richting van het commerciële (‘pitchen’)
  • Het internationale element wordt versterkt.

Uiteraard moet het één en ander nog verder in detail worden besproken. Het is nu alleen nog ‘en petit comité’ zoals een collega van mij altijd zo mooi zegt besproken, hoewel de teamleiders van de andere profielen er wel al zijdelings bij betrokken zijn geweest – en dat is positief.

Uitdaging: één van mijn vakken, altijd een beetje krom Computervaardigheden geheten, zal in samenhang met o.a. projectvaardigheden gegeven gaan worden. Dat betekent dat er een flinke herziening plaats moet gaan vinden. Het vak valt in periode 1 en zal dus in de komende periode herzien moeten gaan worden. Weer extra uren! Maar zo’n herzieningsklus laat ik niet zomaar vallen.