Politiek en onderwijs: negatieve reflexen

6 december 2008

Even een kort item over een voorval dat mijn bloed nogal woest heeft doen kolken de afgelopen twee dagen: de negatieve reflex waarin de meeste politieke partijen schieten wanneer er ook maar iets uitgesproken wordt wat riekt naar vernieuwing van onderwijs. Na Dijsselbloem is het devies: handen af van het onderwijs.

De meeste mensen met hart voor onderwijs zullen wel weten waarop ik doel, maar indien niet: in een brief aan de Tweede Kamer besteedt minister Plasterk aandacht aan de huidige vroege selectie in het Nederlandse onderwijsstelsel. Deze brief licht hij verder toe in een interview met de Volkskrant. Politieke partijen buitelen over elkaar heen om maar snel te benadrukken dat de basisvorming niet terug moet komen.

Mijn mening: je kunt je afvragen of de timing van minister Plasterk briljant is, en de woordkeuze verstandig. Maar Dijsselbloem kan toch niet betekenen dat er niks meer moet gebeuren in het onderwijs? De constatering dat de politiek in principe niet in moet grijpen in het onderwijs betekent toch niet automatisch dat alles in het onderwijs oké is? Sterker nog, er zijn aanwijzingen (en dan zeg ik het heel voorzichtig) dat de vroege selectie niet goed is. In een onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam worden door onderwijskundige Maurice Crul cijfers gepresenteerd die ook volgens deze onderzoeker ‘eens te meer bewijzen dat je kinderen kansen ontneemt als je hen op jonge leeftijd indeelt in verschillende niveaus’. Ook de OESO schijnt zich al eens te hebben uitgesproken voor latere selectie.

Maar nee, de politiek wil het liefst alles bij het oude laten. Zelfs de SP, alleen D66 en GroenLinks juichen de stap van de minister toe. De teneur van de reacties? Nee, niet de basisvorming terug. Maar dat heeft de minister niet gezegd! Kortom, visie is weer eens ver te zoeken – men maakt zich alleen druk om de invloed die het op de stemmen kan hebben, of is domweg niet in staat om te beseffen dat ook inhoudelijk debat zinvol zou kunnen zijn.

Op deze manier vrees ik voor de toekomst van het Nederlandse onderwijs.

Update. Op de site van de Volkskrant loopt een poll over dit issue. Met ruim 3000 reacties, kiest 75% partij voor minister Plasterk. Vergist de politiek zich in haar electoraat?

Advertenties

Ontwerpen: docenttaak of niet?

5 december 2008

Een post op de blogvan Helikon triggerde bij mij deze post. Daar wordt geschreven over één van de proefballonnen van minister Plasterk, te weten het zelf ontwikkelen van digitaal lesmateriaal door docenten. Nu ben ik er niet ingedoken welke leraren Plasterk bedoelt (interessante discussie op zich – in de media wordt veelal van het generieke ‘docenten’ of ‘leraren’ gebruikgemaakt – zonder verdere aanduiding om welk schooltype het gaat), maar de proefballon raakt aan een fundamentele vraag die ik me de laatste tijd stel – namelijk wie verantwoordelijk is voor onderwijsontwerp.

De belangrijkste keus daarbij is: doen docenten dit zelf, of dient dit te gebeuren door gespecialiseerde onderwijsontwerpers. In HBO-land komen deze stromingen beide voor (en alles ertussen uiteraard): bij mijn eigen HvA wordt dit overgelaten aan de docenten (meestal de module-coördinator), terwijl bij de Hogeschool InHolland vaak een raamdocument wordt opgesteld. Dit raamdocument kan dan naar eigen smaak worden ingevuld door individuele docenten maar de basis staat dus al vast.

In mijn dagelijkse beroepspraktijk merk ik dat het ontwerpen van een lessenreeks of zelfs maar individuele lessen, een enorm lastige klus is, waar ik vaak mee geworsteld heb. Ik denk dat dat voor veel mijn collega’s niet anders is. Dat pleit dus voor het overlaten van lesontwerp aan specialisten, en onderstreept het punt van Fons van den Berg van Helikon, dat veel docenten zelf niet in staat zijn om lesmateriaal te ontwikkelen (de discussie over tijd laat ik vooralsnog buiten beschouwing).

En dan ben ik nog wel opgeleid ben als onderwijskundige. Echter: ik heb me de laatste tijd vaak afgevraagd of dit voor mij een voor- of een nadeel is. Ik weet namelijk wel heel goed hoe het in theorie moet, maar de praktijk is een stuk weerbarstiger. Ik slaag er wel steeds beter in om de theorie in praktijk te brengen, maar dit heeft me een behoorlijke tijd gekost.

Overigens is de situatie in het HBO in zoverre anders, dan veel HBO-docenten verplicht een cursus didactiek volgen, waarin ook aandacht besteed wordt aan cursusontwerp. Natuurlijk is deze opleiding veel minder zwaar dan een eerste- of tweedegraads lerarenopleiding, maar het gebied ontwerp komt uitgebreid aan de orde. Deze cursus heeft me in belangrijke mate ondersteund in het vinden van het midden tussen de koninklijke weg (zoals dat in de cursus genoemd werd, de theorie dus) en de praktische weg.

Mijn overtuiging? Het is een docententaak, met de juiste ondersteuning. Over die ondersteuning later meer.


Start

1 december 2008

Juist. Dat is het. Niets meer en niets minder. Mijn start als blogger.

Wie ik ben? Dirk Paul Flach. 40 Jaar. Onderwijskundige. Een aantal jaar bij de UvA gewerkt, een aantal functies rond wat men nu e-learning zou noemen; daarna vijf jaar consultant ICT bij een klein adviesbureau in Haarlem. Sinds ruim twee jaar weer terug in het onderwijsveld, nu met de poten in de klei: docent ICT bij het Instituut voor Media en Informatie Management van de HvA.

Waarom de blog? Goede vraag. Al die jaren niet geblogd, en nu opeens wel. Twee redenen denk ik: allereerst mijn aanwezigheid op de Surf Onderwijsdagen, twee weken terug. Daar merkte ik dat er op onderwijsgebied veel meer geblogd werd dan ik dacht, en dat maakte me enthousiast. Ten tweede mijn (nog een beetje verborgen wens) om mijn oude stiel weer op te pakken: onderwijsontwerp.

Op dat gebied ga ik hier bloggen. En mocht het onderwerp u aan het hart liggen, of behoefte hebben aan input op dat gebied: neem vooral contact met mij op. E-mail onderaan deze pagina. Op termijn zou ik ook graag weer buiten de hogeschool actief worden op het gebied van onderwijsontwerp. Ik houd me dus aanbevolen, en denk graag mee.

Binnenkort meer.

dirkpaul at gmail dot com