13 oktober 2009
Ik mag van mezelf graag zeggen dat ik een redelijk gevoel voor computers heb. Ik ben niet van het wereldvreemde type dat bij iedere muisklik, en de ermee samenhangende reactie van de PC, enthousiast uitroept: “Kijk! Hij begrijpt mij!”, maar ik weet redelijk goed hoe computers werken, en ben ook vrij goed in staat om een PC of Mac als middel te gebruiken om mijn doel te bereiken.
Misschien wel als gevolg daarvan, mag ik een breed bereik aan ICT-onderwijs geven aan onze studenten. Ik geef lessen over Word, Excel en PowerPoint, maar ook over Dreamweaver en InDesign – terwijl ik geen echte ICT-opleiding heb gevolgd (ik heb er nog een vak naast geleerd). Ik geloof dat ook een aantal collega’s denkt dat ik best wel wat kan met een PC, of in elk geval dat ik sneller een oplossing kan suggereren dan dat zij er zelf één kunnen bedenken.
Gelukkig is het nog steeds zo dat ik ook onze studenten wel het nodige heb te vertellen over ICT. Toch merk ik al een aantal jaar dat er wel sprake is van de wet van de remmende voorsprong: sommige studenten kunnen veel, en er zijn er ook altijd een paar die misschien wel meer kunnen dan ik. Gelukkig is dat tot nu toe nooit een probleem geweest, misschien mede doordat onze studenten, gemiddeld gesproken, niet erg graag met een computer werken.
Wat ik echter vooral ook merk, is een veranderende manier van kijken naar de computer – ook bij de studenten met weinig computer-ervaring. En dat is niet zozeer omdat de jongeren van tegenwoordig van het type Homo Zappiens zouden zijn, maar vooral omdat voor hen de computer een hele andere plaats inneemt in de samenleving. Immers, voor de meesten van ons geldt dat de computer op een bepaald moment ons leven binnenkwam – voor de studenten van nu geldt dat de computer er gewoon is - want hij was er al toen zij geboren werden.
Belangrijkste gevolg is dat het gebruiken van een PC veel vanzelfsprekender is. Men is van kinds af aan al gewend om met een computer te werken, en over veel aspecten van de gebruikersinterface zijn veel minder vragen. Natuurlijk zijn er studenten die niet weten wat de Windows Explorer is, of niet onthouden hoe je documenten van internet downloadt, maar men ziet een PC veel meer als een middel om een doel te bereiken. En ja, dat verschil is ook merkbaar bij vergelijking met een ICT-docent als ik.
Mede daarom heb ik ook zo’n zin in het komende project, waarin studenten gaan onderzoeken hoe jongeren van 12 tot 17 media gebruiken, en de resultaten van dat onderzoek gaan gebruiken om volwassenen vanaf 35 jaar te gaan trainen in mediagebruik. Dat is heel in het kort de opdracht van het komende project. Binnenkort meer hierover.
2 Reacties |
Opinie | getagged: ict, ontwerp, studenten, vaardigheden |
Permalink
Geplaatst door dirkpaul
1 oktober 2009
Pierre Gorissen zal me er wellicht niet dankbaar voor zijn, gezien het feit dat deze post ook weer naar Twitter gaat – maar ik vond de discussie te interessant om voor mijn blog te laten lopen. Deze week namelijk ontspon zich op Twitter een interessante discussie over de voors en tegens van RSS en het posten van blog-website-updates op Twitter.
Geen discussie met een eind, want iedereen heeft zijn of haar eigen voorkeuren en dat is goed. De discussie dwong me echter wel mijn keuzes ten aanzien van RSS readers en Twitter nog eens goed te heroverwegen. Dan is het goed te merken dat ik me nog steeds goed voel bij mijn keuzes.
De mening van Pierre Gorissen en (onder andere) mijn reactie vind je hier. Ik probeer in mijn bijdrage aan de discussie ook de functie te verduidelijken die Twitter heeft in mijn online identiteit.
Leave a Comment » |
Opinie | getagged: bloggen, Opinie, personal branding, twitter |
Permalink
Geplaatst door dirkpaul
11 september 2009
Grappig, soms zie je spontaan een aantal zaken bij elkaar komen. Afgelopen jaar schreef ik over personal branding en over het feit dat dit in ons onderwijs nog weinig expliciete aandacht krijgt. Tegelijkertijd heb ik hier ook wel eens geschreven over mijn reserve tegen portfolio’s. Groot is dan ook mijn enthousiasme over het integreren van personal branding bij de studieloopbaanbegeleiding van één van onze afstudeerprofielen.
Eén van de onderdelen van dit SLB-proces was altijd het bijhouden van een weblog. Met een beetje goede wil kon je dit weblog als een portfolio zien: per periode moesten een aantal opdrachten op dit weblog geplaatst worden, variërend van specifieke SLB-opdrachten tot eigen materiaal (artikelen, foto’s, etc.). Op zich prima om de studenten aan zo’n portfolio te laten werken; in de praktijk echter bleek dat de studenten dit echt als een moetje zien. Er kwamen maar weinig bijdragen tot stand vanuit een persoonlijke motivatie.
Ik denk echter dat het ei van Columbus gevonden is: komend jaar wordt dit weblog gekoppeld aan personal branding. In de eerste SLB-lessen worden de studenten uitgedaagd om (samen met de docent en het boek Personal brand.nl) na te denken op welke wijze zij zich op het internet willen en kunnen profileren. Dit moet uitmonden in een opzet voor een eigen personal brand. Deze online identiteit mag op verschillende wijze vormgegeven worden, maar een weblog moet in elk geval onderdeel zijn van dit plan.
Ik denk dat dit erg nuttig is voor de studenten. Zij zijn er zeer bij gebaat om zich professioneel op internet te profileren, en studieloopbaanbegeleiding is hier een uitstekend middel voor. Ik ben dus zeer benieuwd naar de resultaten.
2 Reacties |
Onderwijsontwerp, Opinie | getagged: 2.0, onderwijs, ontwerp, personal branding, slb |
Permalink
Geplaatst door dirkpaul
26 augustus 2009
Mijn bijdrage over het vak Computervaardigheden heeft al een aantal reacties opgeleverd. Net toen ik van plan was om verder te borduren op deze opmerkingen, kwam ik dit artikel tegen. Er zitten een aantal voor onderwijs zeer bruikbare analogieën in.
Aanleiding voor het artikel is een video van Google, waarin toevallige voorbijgangers op Times Square in New York een aantal vragen gesteld worden over internetgebruik. Wat blijkt? Veel mensen weten niet wat een browser is, sterker nog, velen kunnen niet de browser noemen die zij zelf gebruiken voor internettoegang.
Hilarisch, inderdaad. Maar als je er wat beter over nadenkt zijn er wellicht lessen uit te trekken voor ons onderwijs. Want is het wel zo erg dat mensen niet kunnen benoemen wat hun browser is? Het zou ook zo kunnen zijn dat internetgebruik zo ingeburgerd is dat mensen niet meer hoeven na te denken over hun specifieke browser. Internet is immers gemeengoed geworden. Hoeveel mensen weten nog hoe de motor in hun auto werkt, en wat voor specifieke uitvoering het is? Juist, alleen autoliefhebbers, en het spreekt voor zich dat niet iedereen dat hoeft te zijn.
Wellicht betekent dit dat we ook het Computervaardigheden-onderwijs anders moeten benaderen. Zou het zou kunnen zijn dat wij als docenten de computer teveel benaderen vanuit ons eigen perspectief? Als we even de vertaling maken: ik wil als docent graag dat studenten weten dat de Explorer onder Windows de plek is waar documenten worden beheerd. Maar als studenten wellicht niet weten wat een browser is, is die Explorer voor hun misschien ook wel erg abstract.
Ik heb niet gelijk een kant-en-klaar onderwijsplan klaar. Sterker nog, ik denk dat het wel eens knap lastig kan zijn om hier mee aan de slag te gaan. Het is echter wel een interessante denkrichting, en ik ben benieuwd naar jullie reacties.
6 Reacties |
Onderwijsontwerp, Opinie | getagged: 2.0, colleges, competenties, onderwijs, ontwerp, Opinie, practica, werkvorm |
Permalink
Geplaatst door dirkpaul
11 juli 2009
Frank Kalshoven is een freelance economisch journalist, die columns schrijft in o.a. de Volkskrant en Vrij Nederland. Ik lees zijn stukken graag, omdat ze vaak blijk geven van een verfrissende kijk op economische en andere vraagstukken. Maar in zijn laatste bijdrage in Vrij Nederland, getiteld “VWO in vijf jaar” gaat hij wel erg kort door de bocht.
De stelling van Kalshoven in dit artikel is dat in de zorg de afgelopen jaren de arbeidsproductiviteit sterk is verhoogd. Frappant daarbij is volgens hem dat vanuit de zorg regelmatig geroepen is dat dit niet mogelijk is, omdat dit ten koste zou gaan van de kwaliteit van de zorg. En ziedaar, het blijkt toch mogelijk. Een waar kunststukje.
Vervolgens worden parallellen getrokken met het onderwijs: ook het onderwijs wordt collectief gefinancierd, en net zoals in de zorg is er in het onderwijs een tekort aan werknemers, en dus is het een goede zaak dat ook in het onderwijs de productiviteit omhoog gaat. Tot zover volg ik Kalshoven, maar vervolgens trekt hij de conclusie dat ook in het onderwijs de productiviteit omhoog kan – omdat het in de zorg kan.
Hier raakt hij me kwijt. Ten eerste zie ik niet waarom de wijze van financiering en een tekort aan werknemers een argument is waarom de productiviteit omhoog *kan*, het lijkt me meer een argument om te zeggen dat de productiviteit omhoog *moet*. Even afgezien van de vraag of de verhoging van de arbeidsproductiviteit in de zorg altijd een zegen is (ik heb wel eens tegengestelde geluiden gehoord, en ik ken economen die zeggen dat de marktwerking in de zorg, door Kalshoven genoemd als een belangrijke motor voor de verhoging van de arbeidsproductiviteit krakkemikkig is ingevoerd) lijkt me niet dat het werk van een verpleegkundige zomaar met elkaar kan worden vergeleken.
Uiteindelijk is de kop van de column, ‘VWO in vijf jaar’, voor mij de crux. Niet alleen komt deze kop verder niet inhoudelijk aan de orde, en is hij dus vooral gebruikt als lokkertje om te lezen, bovendien roept hij bij mij ogenblikkelijk de vraag op of we dat moeten willen. Is de maatschappij in de long run niet beter af als we onze arbeidsproductiviteit over de gehele linie verhogen, en vraagt dat juist niet om verbetering van ons onderwijs? Juist ook het VWO, dat immers de hooggeschoolde arbeidskrachten moeten gaan leveren. Laten we dat alsjeblieft niet gaan verkorten, maar laten we dat onderwijs gaan verbeteren.
Misschien iets voor een volgende column in VN?
4 Reacties |
Opinie | getagged: onderwijs, Opinie, selectie, voortgezet onderwijs |
Permalink
Geplaatst door dirkpaul
10 juli 2009
Op dit moment geniet ik van mijn welverdiende vakantie. En ja, die is ruim – ik ben de eerste die dat zal toegeven. Het is fijn om er in de zomer zo’n vijf weken tussenuit te gaan. Hoe aardig de studenten ook zijn, er komt na zo tegen het eind van het cursusjaar (gelukkig wel aan het eind, meestal) altijd een moment waarop je de studenten even zat bent. En ja, zij zijn jou dan ook zat – dat is allemaal heel normaal.
Nu ben ik er dan ook nog zo eentje die er flink wat uren bijwerkt – het zal misschien velen van jullie verbazen, maar ik heb nog nergens zo hard gewerkt als sinds ik op het HBO werkt. En ik klaag niet hoor – werken kan fijn zijn, zeker als het zulk leuk werk is als het mijne.
Omdat ik werken nu zo leuk vind, klus ik regelmatig wat uurtjes bij. Ik neem nogal makkelijk uren over van zieke collega’s. Ik had er dan in eerste instantie ook behoorlijk wat moeite mee toen ik van mijn huidige teamleider te horen kreeg dat ik dat niet zomaar mocht doen. Waarom niet dacht ik? Ik zorg er toch voor dat de boel door blijft draaien?
Inmiddels weet ik dat daar nu juist het probleem zit. Bij mijn instelling (en ik heb het vermoeden dat dat bij veel andere instellingen in den lande niet anders is) wordt stelselmatig overgewerkt. En het probleem is dat veel beleidsmakers dat nu juist wel prettig vinden. Immers, op deze manier draaien de zaken mooi door en hoeft er geen extra werk ingestoken te worden. Er zit dus juist een hele goede kant aan dat op de rem trappen: het maakt zichtbaar waar de zwakke plekken in de organisatie zitten, waar geïnvesteerd moet worden (bijvoorbeeld door meer personeel aan te trekken).
Ik beveel dus van harte aan dat er op meer plekken eens ‘nee’ gezegd wordt tegen het maken van extra uren. Nee, ik vind het nog steeds niet leuk dat ik soms niet extra uren mag draaien – ik maak zelf graag keuzes in wat ik wel en niet wil doen. Maar ik begrijp het inmiddels wel.
4 Reacties |
Buitencategorie, Opinie | getagged: onderwijs, Opinie, plannen, taaklast |
Permalink
Geplaatst door dirkpaul
23 maart 2009
Eén van de dingen waar ik mee worstel als docent is de vraag hoe onderwijs zo in te richten dat de beste aansluiting wordt verkregen bij de leefwereld en stijlen van de studenten. Toen de Volkskrant op 7 maart een speciale bijlage uitgaf waarin onder andere aandacht werd besteed aan technologie in het onderwijs, heb ik die dan ook met meer dan normale aandacht gevolgd. In deze bijlage werd in een artikel aandacht besteed aan Wim Veen, en diens theorie van de ‘Homo Zappiens‘: de multi-taskende mens. Parallellen met deze opvatting zien we bijvoorbeeld ook terug in het boek ‘Generatie Einstein‘ van Inez Groen en Jeroen Boschma.
Hoewel ik sympathie koester voor deze opvattingen, en zeker denk dat een groot deel van deze theorieën klopt, worstel ik al een tijdje met de vraag waarom ik als docent toch niet succesvol ben in het onderwijs waarin ik rekening probeer te houden met deze aspecten. Natuurlijk ben ik, alleen al door mijn leeftijd, geen digital native, maar een digital immigrant – toch is deze verklaring voor mijn gevoel niet afdoende voor dit ‘falen’.
Je hoort mij nu niet ineens zeggen dat ik het antwoord heb gevonden, maar de afgelopen weken heb ik een tweetal berichten een bericht dat mijn denken wat verder richting heeft gegeven. In de Trouw van 19 maart 2009 stond een artikel over de gevolgen van gratis producten en diensten, die ons sinds internet overspoelen, en verder denk ik dat de veranderde houding van de jeugd ten opzichte van autoriteit een belangrijke rol speelt.
Zoals Fred van Raaij, hoogleraar economische psychologie aan de Universiteit van Tilburg, stelt dat consumenten tegenwoordig vooral bezig zijn met de vraag: wat levert het mij persoonlijk op? Dezelfde vraag speelt denk ik bij onderwijs: veel zaken zijn niet meer vanzelfsprekend. Wanneer een boek wordt voorgeschreven voor een cursus, wordt dat boek niet standaard aangeschaft. Nee, studenten gaan eerst kijken of dat boek wel daadwerkelijk nodig is. Ook bij lessen moet je met goede argumenten aankomen om ze naar de les te trekken. Niet noodzakelijkerwijs slecht, maar wel een gegeven waar je rekening mee moet houden. (Overigens herken ik hetzelfde consumentengedrag bij mezelf: het is dus absoluut geen kritiek.)
Daar doorheen speelt nog eens de veranderde houding ten opzichte van autoriteit (wat overigens wel veel raakvlakken heeft met en de homo zappiens, en de gratis-mentaliteit). De docent is voor de student niet langer zuiver de expert, de brenger van kennis. Hij of zij moet die positie eerst bewijzen. Laten we dat dan maar eens doen. Ik moet er nog harder aan trekken.
10 Reacties |
Opinie | getagged: onderwijsopvatting, Opinie, studenten |
Permalink
Geplaatst door dirkpaul
16 maart 2009
In Trouw stond afgelopen zaterdag een artikel over de oprichting van het Internationaal Forum Onderwijspraktijk, een nieuw netwerk dat een verbinding wil maken tussen internationaal wetenschappelijk onderzoek en de onderwijspraktijk. Hoewel dit netwerk zich met name richt op basis- en voortgezet onderwijs, kan uit een aantal opmerkingen het HBO ook wel degelijk lering trekken.
Belangrijkste opmerking die bij mij bleef hangen was dat groepswerk in het onderwijs in de praktijk niet werkt, of dat het op zijn minst strak geleid moet worden. “Zodra de docent wegkijkt, valt de aandacht van sommige groepsleden weg.” Uiteraard verwachten wij van HBO-studenten meer zelfstandigheid op dit gebied, en dat mag ook, maar mijn ervaring is dat groepswerk ook op HBO-niveau een strakke leiding vraagt – en dat die leiding van docenten vaak te wensen over laat.
Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet tegen groepswerk. Integendeel. Ik vind echter wel dat groepswerk een gestructureerde aanpak vraagt. School docenten, begeleid docenten. Denk als opleiding na over wat je beoogt met je groepswerk – het is deel van het onderwijs, dus er zijn leerdoelen aan te koppelen. Zorg voor een duidelijke leerlijn in de projecten. Ontwerp een kader waar je projectwerk in valt,
Het Ifo had overigens voor de oprichting onderwijsveteraan Michael Fullan uitgenodigd (diens “Meaning of Educational Change” uit 1982 was al in mijn studietijd een standaardwerk). Hij brak op de bijeenkomst een lans voor meer samenhang tussen wetenschappelijk onderzoek en de onderwijspraktijk, waar ik me alleen maar van harte bij aan kan sluiten. Er is veel veranderd in onderwijsland, en docenten kunnen achter de gesloten deuren van hun lessen lang niet meer zelf doen waar ze zin in hebben. Toch is meer aandacht voor wetenschappelijk onderzoek, en meer contact tussen docenten onderling, hard nodig. Wat is er nu vruchtbaarder voor het niveau van je lessen dan sparren met je vakgenoten, en gebruik maken van nieuwe methoden?
Leave a Comment » |
Onderwijsontwerp, Opinie | getagged: onderwijs, ontwerp, Opinie, projectwerk, werkvorm |
Permalink
Geplaatst door dirkpaul
23 februari 2009
Een aantal weken geleden liet ik me eens ontvallen dat ik niet in Prince-2 ‘geloofde’. Dat leverde me een aantal reacties op, en daaropvolgend de belofte dat ik daar wat uitgebreider over zou schrijven. Hoewel het niet helemaal binnen de kaders van deze blog past, heb ik toch besloten om op deze blog over projectmanagement te schrijven.
Een korte geschiedenis. Ik kwam voor het eerst met Prince-2 in aanraking toen ik informatiemanager bij de Faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de UvA was. Er werden destijds een aantal ICT-afdelingen samengevoegd, en tegelijkertijd werd de Prince-2 methodiek ingevoerd. Van de één op de andere dag kon er binnen de afdeling niets meer zonder dat ‘Prince-2′ er overheen geweest was. Veel mensen hadden daar op een gegeven moment schoon genoeg van: wanneer je een simpele vraag aan een collega stelde, zoals “Heb je een schaar voor mij?” was het antwoord vaak: “Heb je een PID? Nee? Nou, vergeet het dan maar”.
Nu kun je natuurlijk zeggen dat dat niet aan Prince-2 te wijten was, maar meer aan de starre wijze waarop het ingevoerd werd. Daar valt wat voor te zeggen. Ook zal het niet geholpen hebben dat (ook bij mij) destijds nogal wat verzet was tegen veranderingen, omdat men nogal veel tegelijk wilde. Toch heb ik ook later vaak gewerkt dat een al te strak raamwerk vaak belemmerend werkt.
Na mijn tijd bij de UvA heb ik een aantal jaar als adviseur bij een klein adviesbureau gewerkt, en in die hoedanigheid heb ik een aantal klussen voor vooral overheidsinstellingen gedaan. Mijn ervaring uit die tijd is, dat het strakke raamwerk van Prince-2 ook nogal eens gebruikt werd om tekortkomingen van projectmanagers te verdoezelen – er kon vaak niet adequaat gereageerd worden op aanpassingen in het project (zouden de projectmanagers infrastructuur van de Gemeente Amsterdam ook volgens Prince-2 werken? ;->).
Ik denk dat deze kritiek van toepassingen is op veel methodieken van projectmanagement, maar wel het meest op Prince-2 – in mijn ervaring is dat toch wel de starste methodiek. Verder ben ik van mening dat Prince-2 vooral een IT-methodiek is, en dat het ten onrechte vaak op andere projecten wordt toegepast.
Wat mij betreft is projectmanagement vooral het effectief inzetten van sturing van personeel, budget en materiaal. Natuurlijk is het handig daar een bepaalde methodiek voor in te zetten, maar het hoeft niet – het star inzetten van zo’n methodiek zal een project alleen maar belemmeren. Projectmanagement is geen rocket science.
Leave a Comment » |
Buitencategorie, Opinie | getagged: dirkpaul, instrument, Opinie, prince-2, projectmanagement |
Permalink
Geplaatst door dirkpaul