Voorbeelden personal branding

28 september 2009

Ik ben enthousiast over het feit dat er bij één van onze afstudeerprofielen in het SLB-programma aandacht is voor personal branding. Ik vind het zelf een leuk onderwerp, en bovendien denk ik dat het zeer nuttig is voor onze studenten. Ook leuk is dat de één van de auteurs van het boek dat we gebruiken, Tom Scholte, persoonlijk heeft gereageerd op mijn blog en dat we momenteel in gesprek zijn over de wijze waarop andere HBO’s dit in hun onderwijsprogramma verwerken.

Want meer voorbeelden blijk ik wel heel zinnig te vinden. Natuurlijk komt mijn enthousiasme voort uit het feit dat ik het zelf in een bepaalde mate inzet, en kan ik dat als voorbeeld aanhalen. Dat doe ik ook: daarmee kan ik laten merken dat ik er enthousiast over ben, en wat ik er persoonlijk mee kan. Ook staan er een aantal voorbeelden in het boek, die ik kan gebruiken.

Toch merk ik dat ik behoefte heb aan meer. Aan de ene kant kan ik me voorstellen dat het voorbeeld van een docent studenten wel enigszins vermoeit: ik sta immers wat verder weg van hun belevingswereld. Ook de voorbeelden in het boek zijn voor hen nog wat abstract: niet iedereen plaatst zich al even makkelijk in een beroepsmatige positie, ze moeten vaak nog wat schroom overwinnen.

Vandaar dat ik op zoek ben naar nog meer voorbeelden, waarmee ik de studenten zou kunnen prikkelen. Heb je leuke voorbeelden of ideeën, laat het me weten!


Spanningsvelden in onderwijs

22 september 2009

Best een lastige klus, zo’n project. Ben op dit moment hard bezig met de voorbereiding. En ondanks het feit dat we een zeer coöperatieve opdrachtgever hebben, zijn er her en der een aantal spanningsvelden te ontwaren.

Om er een paar te noemen: allereerst is het natuurlijk zaak om de wensen van opdrachtgever en opdrachtnemer, als vertegenwoordigd door de school, met elkaar in overeenstemming te brengen. Bij ons op school wordt immers hoofdzakelijk gewerkt met ‘echte’ opdrachtgevers. En dat is mooi, want leerzaam en uitdagend voor de studenten. Maar een opdrachtgever werkt natuurlijk nooit helemaal belangeloos mee aan zo’n project, het moet ook wat opleveren. Dat wil wel eens bijten.

Wanneer je dat een beetje met elkaar in overeenstemming hebt, komt het volgende spanningsveld in zicht. Ook intern doe je het project immers niet alleen: er liggen de nodige vakken aan ten grondslag, en die vakken moeten de theorie behandelen die noodzakelijk is voor het uitvoeren van de opdracht. Tegelijkertijd is er van tevoren bepaald welke kennis onze studenten moeten opdoen, dus het is niet zo dat ons onderwijs volledig in dienst van het project kan staan. (Idealiter wel natuurlijk, maar dat blijkt moeilijk vol te houden met echte opdrachtgevers.)

Dan zijn er ook nog spanningsvelden onderling: de onderwerpen en samenhang tussen de vakken moet goed afgekaart worden. Dat is op zich natuurlijk niet uniek voor een project, maar wel een speciale taak voor de projectcoördinator omdat hij of zij het volledige overzicht heeft (of hoort te hebben).

Pfft… ik word er flink moe van als ik het zo opschrijf. We komen er wel uit, maar ik moet er nog even stevig aan trekken.


Personal branding

11 september 2009

Grappig, soms zie je spontaan een aantal zaken bij elkaar komen. Afgelopen jaar schreef ik over personal branding en over het feit dat dit in ons onderwijs nog weinig expliciete aandacht krijgt. Tegelijkertijd heb ik hier ook wel eens geschreven over mijn reserve tegen portfolio’s. Groot is dan ook mijn enthousiasme over het integreren van personal branding bij de studieloopbaanbegeleiding van één van onze afstudeerprofielen.

Eén van de onderdelen van dit SLB-proces was altijd het bijhouden van een weblog. Met een beetje goede wil kon je dit weblog als een portfolio zien: per periode moesten een aantal opdrachten op dit weblog geplaatst worden, variërend van specifieke SLB-opdrachten tot eigen materiaal (artikelen, foto’s, etc.). Op zich prima om de studenten aan zo’n portfolio te laten werken; in de praktijk echter bleek dat de studenten dit echt als een moetje zien. Er kwamen maar weinig bijdragen tot stand vanuit een persoonlijke motivatie.

Ik denk echter dat het ei van Columbus gevonden is: komend jaar wordt dit weblog gekoppeld aan personal branding. In de eerste SLB-lessen worden de studenten uitgedaagd om (samen met de docent en het boek Personal brand.nl) na te denken op welke wijze zij zich op het internet willen en kunnen profileren. Dit moet uitmonden in een opzet voor een eigen personal brand. Deze online identiteit mag op verschillende wijze vormgegeven worden, maar een weblog moet in elk geval onderdeel zijn van dit plan.

Ik denk dat dit erg nuttig is voor de studenten. Zij zijn er zeer bij gebaat om zich professioneel op internet te profileren, en studieloopbaanbegeleiding is hier een uitstekend middel voor. Ik ben dus zeer benieuwd naar de resultaten.


Computervaardigheden – een andere insteek

26 augustus 2009

Mijn bijdrage over het vak Computervaardigheden heeft al een aantal reacties opgeleverd. Net toen ik van plan was om verder te borduren op deze opmerkingen, kwam ik dit artikel tegen. Er zitten een aantal voor onderwijs zeer bruikbare analogieën in.

Aanleiding voor het artikel is een video van Google, waarin toevallige voorbijgangers op Times Square in New York een aantal vragen gesteld worden over internetgebruik. Wat blijkt? Veel mensen weten niet wat een browser is, sterker nog, velen kunnen niet de browser noemen die zij zelf gebruiken voor internettoegang.

Hilarisch, inderdaad. Maar als je er wat beter over nadenkt zijn er wellicht lessen uit te trekken voor ons onderwijs. Want is het wel zo erg dat mensen niet kunnen benoemen wat hun browser is? Het zou ook zo kunnen zijn dat internetgebruik zo ingeburgerd is dat mensen niet meer hoeven na te denken over hun specifieke browser. Internet is immers gemeengoed geworden. Hoeveel mensen weten nog hoe de motor in hun auto werkt, en wat voor specifieke uitvoering het is? Juist, alleen autoliefhebbers, en het spreekt voor zich dat niet iedereen dat hoeft te zijn.

Wellicht betekent dit dat we ook het Computervaardigheden-onderwijs anders moeten benaderen. Zou het zou kunnen zijn dat wij als docenten de computer teveel benaderen vanuit ons eigen perspectief? Als we even de vertaling maken: ik wil als docent graag dat studenten weten dat de Explorer onder Windows de plek is waar documenten worden beheerd. Maar als studenten wellicht niet weten wat een browser is, is die Explorer voor hun misschien ook wel erg abstract.

Ik heb niet gelijk een kant-en-klaar onderwijsplan klaar. Sterker nog, ik denk dat het wel eens knap lastig kan zijn om hier mee aan de slag te gaan. Het is echter wel een interessante denkrichting, en ik ben benieuwd naar jullie reacties.


Computervaardigheden

19 augustus 2009

Toen ik gisteren blogde over het vak Computervaardigheden, realiseerde ik me dat het goed was dat te verduidelijken. Vervolgens reageerde Karin Winters op die blog, en wist ik het zeker: dit had verduidelijking nodig. Het heeft mij namelijk ook altijd verbaasd dat dit nodig was op een hogeschool-opleiding. Want ja, toen ik meer dan 10 jaar geleden bij de opleiding Psychologie van de Universiteit van Amsterdam werkte, vond ik het acceptabel dat er studenten waren die moeite hadden met computergebruik. Maar in een HBO-opleiding anno 2009? Toch is de werkelijkheid minder rooskleurig dan je zou willen of hopen.

Ik werd feitelijk voor de eerste keer met het vak geconfronteerd toen ik nog in mijn sollicitatieprocedure zat. Tijdens het sollicitatiegesprek werd mij gevraagd hoe ik het vak Computervaardigheden dacht vorm te geven. Doorvragen leerde me dat het inderdaad daarom ging, het studenten aanleren van basisvaardigheden op de computer. Dat deed de opleiding destijds in 2006, en doet de opleiding nog steeds in 2009. En ik ben bang dat het nog steeds nodig is.

Het gros van onze studenten “wil iets in de media doen”. De rest heeft een beeld bij zijn of haar toekomstige beroep: redacteur bij een tijdschrift worden, of freelance journalist. Of nog iets anders. Ik heb het idee dat daar ook een scheiding der geesten ligt: de groep die iets in de media wil doen, heeft de misvatting dat dat in de maatschappij van vandaag zonder computers kan. Helaas.

Het vak Computervaardigheden heeft daarom eigenlijk een tweeledig doel: het belangrijkste doel is (uiteraard) om de studenten die vaardigheden bij te brengen, die noodzakelijk zijn om aan onze instelling succesvol te kunnen studeren. Mede daarom zou ik het vak ook liever Studievaardigheden noemen. Daarnaast proberen we studenten ook te doordringen van de belangrijke plek die computers tegenwoordig innemen.

Waar ik nu wel benieuwd naar ben is hoe andere instellingen dit doen. Speelt dit probleem van beperkte computerkennis op meer opleidingen? En zo ja, hoe wordt dat dan opgelost? Met lessen, of moeten studenten dit wellicht in eigen tijd bijspijkeren? Een volgende keer meer over de inhoud van het vak.


Curriculumherziening

27 maart 2009

Nou ja, dat is een groot woord. Maar afgelopen woensdag hebben we met een deel van de propedeuse-collega’s (te weten de projectcoördinatoren, de SLB-coördinator en ik) rond de tafel gezeten om eens lekker het programma van volgend jaar in elkaar te timmeren. Altijd een leuke sessie, zo met de handen bezig zijn.

Er zitten een paar elementen in waar ik enthousiast over ben:

  • Er komt meer aandacht voor projectvaardigheden/projectmanagement, en dat wordt beter in het curriculum ingebed;
  • Het karakter van Presenteren wordt veranderd, wordt minder ’spreekbeurt houden’ en gaat meer in de richting van het commerciële (‘pitchen’)
  • Het internationale element wordt versterkt.

Uiteraard moet het één en ander nog verder in detail worden besproken. Het is nu alleen nog ‘en petit comité’ zoals een collega van mij altijd zo mooi zegt besproken, hoewel de teamleiders van de andere profielen er wel al zijdelings bij betrokken zijn geweest – en dat is positief.

Uitdaging: één van mijn vakken, altijd een beetje krom Computervaardigheden geheten, zal in samenhang met o.a. projectvaardigheden gegeven gaan worden. Dat betekent dat er een flinke herziening plaats moet gaan vinden. Het vak valt in periode 1 en zal dus in de komende periode herzien moeten gaan worden. Weer extra uren! Maar zo’n herzieningsklus laat ik niet zomaar vallen.


Weblectures

24 maart 2009

Afgelopen vrijdag gaf ik om half 3 een college Websitebouw, een college dat ik twee keer per week geef. Waar er eerder deze (woensdagochtend) 40 studenten kwamen opdagen, bleek er nu één (1) student in de zaal te zitten – waar er per college maximaal 100 studenten te verwachten waren. Een teleurstelling, zoals u begrijpt.

Van tevoren had ik hier al rekening mee gehouden; de afgelopen weken waren de opkomstpercentages al zeer wisselend. Natuurlijk is het niet zo dat er alleen maar sprake is van studenten die niet komen opdagen, en zelfs als dat al zo is, bestaat de kans dat het geboden onderwijs gewoon niet goed genoeg is. Daar zullen we dan ook kritisch naar moeten kijken. Ik merk echter ook dat studenten ’shoppen’ – dus zelf kijken of ze een ander moment een college bij kunnen wonen (dat hun beter uitkomt).

Binnen de HvA wordt al op vrij ruime schaal gebruik gemaakt van zg. ‘web lectures’. Helaas nog niet op ons instituut. Er zijn wel docenten die hun eigen colleges opnemen, maar die doen dat in de vorm van een podcast. Op die manier mis je mijns inziens een aantal (interactieve) mogelijkheden die een web lecture wel biedt. Persoonlijk denk ik dat het hoog tijd is dat wij als instituut gestructureerd gebruik maken van dergelijke mogelijkheden, aan de ene kant om de studenten meer ter wille te zijn, aan de andere kant om ons als docenten effectiever in te zetten (zie ook dit commentaar van Sander Schenk op een eerdere blog).

Wel denk ik dat we op dit gebied nog een lange weg te gaan hebben. Niet iedere docent is hier enthousiast over, velen vrezen ook enerzijds een lage opkomst voor colleges (wat ik persoonlijk helemaal niet erg vind) of denken dat de studenten de opgenomen lessen helemaal niet zullen bekijken. In dat laatste geval doen wij toch ook als docenten iets niet goed, lijkt mij.

Mocht u het zich afvragen, ik heb het college gewoon gegeven. :-)


Effectiviteit groepswerk

16 maart 2009

In Trouw stond afgelopen zaterdag een artikel over de oprichting van het Internationaal Forum Onderwijspraktijk, een nieuw netwerk dat een verbinding wil maken tussen internationaal wetenschappelijk onderzoek en de onderwijspraktijk. Hoewel dit netwerk zich met name richt op basis- en voortgezet onderwijs, kan uit een aantal opmerkingen het HBO ook wel degelijk lering trekken.

Belangrijkste opmerking die bij mij bleef hangen was dat groepswerk in het onderwijs in de praktijk niet werkt, of dat het op zijn minst strak geleid moet worden. “Zodra de docent wegkijkt, valt de aandacht van sommige groepsleden weg.” Uiteraard verwachten wij van HBO-studenten meer zelfstandigheid op dit gebied, en dat mag ook, maar mijn ervaring is dat groepswerk ook op HBO-niveau een strakke leiding vraagt – en dat die leiding van docenten vaak te wensen over laat.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet tegen groepswerk. Integendeel. Ik vind echter wel dat groepswerk een gestructureerde aanpak vraagt. School docenten, begeleid docenten. Denk als opleiding na over wat je beoogt met je groepswerk – het is deel van het onderwijs, dus er zijn leerdoelen aan te koppelen. Zorg voor een duidelijke leerlijn in de projecten. Ontwerp een kader waar je projectwerk in valt,

Het Ifo had overigens voor de oprichting onderwijsveteraan Michael Fullan uitgenodigd (diens “Meaning of Educational Change” uit 1982 was al in mijn studietijd een standaardwerk). Hij brak op de bijeenkomst een lans voor meer samenhang tussen wetenschappelijk onderzoek en de onderwijspraktijk, waar ik me alleen maar van harte bij aan kan sluiten. Er is veel veranderd in onderwijsland, en docenten kunnen achter de gesloten deuren van hun lessen lang niet meer zelf doen waar ze zin in hebben. Toch is meer aandacht voor wetenschappelijk onderzoek, en meer contact tussen docenten onderling, hard nodig. Wat is er nu vruchtbaarder voor het niveau van je lessen dan sparren met je vakgenoten, en gebruik maken van nieuwe methoden?


Laptops voor studenten

6 maart 2009

Er wordt op dit moment binnen ons instituut (onder andere door mij) nagedacht over de mogelijkheid om de aanschaf van een laptop door studenten verplicht te stellen. Een belangrijke reden hiervoor is dat ik vind dat op een media-opleiding de computer gewoon een gegeven hoort te zijn; daarnaast denk ik dat we de studenten qua ICT veel sneller op het vereiste niveau kunnen brengen. Ook zie ik flexibilisering van het onderwijs als een belangrijke pré.

Er zijn dan nog wel een aantal praktische drempels te overwinnen, zoals:

  • Bieden we de laptops vanuit school aan, of stellen we geen regels en laten we ze zelf aanschaffen?
  • Wanneer we kiezen voor een standaard laptop: wat moet de configuratie zijn? En geven we ook de mogelijkheid voor Apples?
  • Kunnen we een ‘bulkcontract’ afsluiten? Zo ja, hoe?
  • Betekent het een groter beroep ondersteuning, en kunnen we dat aan?
  • Ondersteunt de Hogeschool dit idee, of ziet ze dit als een bedreiding voor onze instroom?
  • Welke aanpassingen zijn in ons gebouw nodig? Kan ons draadloos netwerk dit aan?
  • Vervangen we onze computerzalen volledig?

Daarnaast heeft het ook voor het onderwijs consequenties. Het opent mogelijkheden; in sommige gevallen zul je je onderwijs moeten herontwerpen, in andere gevallen is het misschien minder praktisch. Voor sommige vakken (zoals Websitebouw, waar ik eerder over blogde) opent het mogelijkheden en zou ik het onderwijs volledig herzien. Voor andere vakken is het wellicht weer lastig omdat er in de lessen gebruik gemaakt wordt van dure pakketten, die dan ook op de laptops aanwezig moeten zijn.

Ik ben benieuwd wat de ervaringen zijn bij andere instituten/scholen. Uiteraard zal ik mijn oor te luisteren leggen bij andere instituten op de HvA die deze regel al hebben, maar ben ook geïnteresseerd in andere ervaringen.


Digitale video in de praktijk

25 februari 2009

Gister heb ik het vierde practicum Digitale Video gegeven binnen de minor Televisie. Zoals ik eerder al schreef heb ik deze serie lessen samen met een andere docent herontworpen om de lessen meer te laten aansluiten bij de praktijk. Voor het practicum van gister was dit het meest concreet – in de les moesten studenten een montage maken van opnames die ze op basis van de lessen van die collega-docent hadden gemaakt.

En daar begon het gedonder. Omdat die collega vorige week een aantal dagen ziek was, waren een aantal studenten niet op de les verschenen, en hadden (dus?) ook geen opnames gemaakt. Op zich niet zo erg, ze konden aan de gang met opnames van mede-studenten, maar wel een slecht begin.

Vervolgens waren de studenten wat weerbarstig, en de lessen rommelig. Ik zal niet zeggen dat het een het gevolg is van het ander, er zal ongetwijfeld een wisselwerking zijn. Eén van de uitgangspunten van mijn lessen is dat iedereen handelingen zelf moet doen – het zijn immers praktijklessen, en ik vind dat je alleen leert door de handelingen zelf uit te voeren. Omdat er beperkingen zijn in de hoeveelheid apparatuur, en in mijn eigen inzetbaarheid, was er in de praktijk nogal wat wachttijd voordat iedereen aan de gang kon.

Het probleem met de apparatuur is niet meteen oplosbaar, maar ik denk er wel serieus over na om dit practicum volgend jaar met minimaal 2 docenten te geven zodat het allemaal soepeler kan verlopen. Ook ben ik aan het overwegen om het practicum van volgende week anders in te vullen. Ook in dit practicum wilde ik in eerste instantie met praktijkmateriaal laten werken, maar misschien kies ik ervoor om toch met oefenmateriaal te gaan werken – om niet nogmaals een practicum met wachttijd te moeten werken.