Tutoroverleg

1 december 2009

Het project Beeld en Geluid is inmiddels een aantal weken onderweg, en zo langzamerhand krijg ik steeds meer zicht op de voor- Projectwerken nadelen van het projectcoördinator-schap. Nadelen zegt u? Jazeker, het is niet allemaal rozegeur en maneschijn. De positieve gevoelens overheersen, maar het is een flinke klus.

Aan de positieve kant vooral het feit dat je op alle onderdelen van het project invloed uitoefent, en dus een flinke vinger in de onderwijspap hebt. Al is dat niet altijd even makkelijk: mijn kennis van bijvoorbeeld Marketingcommunicatie of Media en Maatschappij is beperkt, wat maakt dat ik niet altijd een mening heb. Je moet dus ook op het oordeel van je collega-docenten kunnen vertrouwen.

De negatieve kant vind ik vooral dat ik soms het gevoel heb op eieren te moeten lopen. Er zitten zoveel variabelen aan zo’n project, dat iedere kleine afwijking grote gevolgen kan hebben. Eigenlijk moet je overal voortdurend bovenop zitten: je bent de spin in het web, je moet alles weten en vooral kunnen inschatten of je in moet grijpen. En wil je ingrijpen, dan moet je er vlug bij zijn; anders is de geest wellicht al uit de fles.

Bij een project op onze instelling worden studentengroepen bij het uitvoeren van de opdracht begeleid door zg. tutoren. Dit zijn ‘gewone’ docenten in de functie van procesbegeleider: zij zijn op dat moment niet actief als inhoudelijk expert, maar moeten de studenten sturen op hun proces. Dus: hoe communiceert men met elkaar, hoe gaat de samenwerking, hoe kunnen de studenten de kwaliteit van het geleverde werk verhogen?

Omdat de rol van een tutor in een project erg belangrijk is (zij zijn toch vaak het eerste aanspreekpunt voor de studenten) kies ik ervoor om alle tutoren regelmatig persoonlijk te spreken. Dat klinkt eenvoudiger dan het is: het zijn er namelijk 30. Op zich lukt dat aardig, maar je ontkomt er niet aan om ook op gezette tijden een overleg te organiseren. Daar manifesteert het op eieren lopen zich het duidelijkst: tutoren zijn erg betrokken, wat natuurlijk positief is, maar ze willen ook allemaal graag hun zegje doen over het project. Het is soms best lastig om als projectcoördinator de touwtjes in handen te houden, en de richting van het project niet te laten beïnvloeden door de input van tutoren.

Zo’n tutoroverleg zal dus nooit mijn hobby worden. Geef mij maar persoonlijk contact.


Selectie en loting

13 november 2009

Op ons instituut is het afgelopen jaar een numerus fixus ingevoerd. De afgelopen jaren nam de instroom van nieuwe studenten namelijk exponentieel toe; tot bijna 1300 studenten in het cursusjaar 2008-2009. De meeste collega’s wilden die groei graag een (gedeeltelijke) halt toeroepen. Ook ik hoorde tot die groep. Het leek zeer aantrekkelijk om je instroom te kunnen begrenzen; wanneer je van tevoren weet hoeveel studenten je kunt verwachten, wordt je onderwijs opeens een stuk beter te plannen.

Om dit te bereiken is over verschillende systemen gediscussieerd, van de nu ingevoerde numerus fixus tot het houden van selectiegesprekken. Woensdag verscheen in de Volkskrant het artikel ‘Selecteren is beter dan loten‘, dat feitelijk pleit voor selectie. Deze uitkomst vond ik niet verbazend. Selectie lijkt een interessante mogelijkheid, maar is zeer arbeidsintensief en met onze aantallen praktisch misschien wel onuitvoerbaar. Bij ons is dus gekozen voor een numerus fixus.

Eind goed, al goed, zou je zeggen. De praktijk is echter wat weerbarstiger. Ik zal jullie de details van dat systeem besparen, mede omdat ze mij ook niet volledig bekend zijn. Ik weet echter wel dat de numerus fixus een zeer complex systeem is, dat zeker ook nadelen heeft. Mede door de werking van het systeem hadden we bij de start van ons cursusjaar opeens minder studenten dan het aantal dat begroot was. En dus zal het heel moeilijk zijn om je aantal exact te begrenzen, wat je uiteindelijk graag wil vanwege de roostering.

Mijn angst was tot nu toe dat we, door het lagere studentenaantal, de numerus fixus voor komend jaar weer in zouden kunnen trekken. Die angst is tot nu toe ongegrond, voor volgend jaar is hij weer aangevraagd. En waarom zou je hem ook intrekken: veel collega’s hebben het gevoel dat we door loting (gemiddeld gesproken) betere en serieuzere studenten hebben. Het zou overigens wel gemakkelijk te verklaren zijn: er bestaat ook onderzoek dat wijst op een correlatie tussen vroeg inschrijven en studieprestaties.


Stil maar, wacht maar…

23 september 2009

Dat ik oldskool ben had ik al eerder geconstateerd. Maar het is nu definitief: ook Havana geeft mij dat label. OK, ik heb het zelf gezegd, maar nu het zwart op wit staat oogt het wel heel onontkoombaar… maar: ik ben er nog trots op ook.

In het artikel wordt onder meer de vraag gesteld waarom het blog van ons instituut, het MIMblog, momenteel zo’n zieltogend bestaan leidt. Ik verwacht echter dat dit blog op niet al te lange termijn een interessante wedergeboorte zal ondergaan. Van old- naar newskool, zoiets.

Wil je het artikel van Havana lezen: blader door naar pagina 15 van de PDF.


Mediagebruik onder jongeren

15 september 2009

Voor het project dat wij in de tweede periode in samenwerking met het instituut voor Beeld en Geluid gaan doen, gaan we de studenten vragen onderzoek te doen naar de wijze waarop jongeren in de middelbare school-leeftijd media gebruiken. We gaan hierbij aanhaken op een onderzoek dat afgelopen zomer is gehouden in Engeland, en is gepubliceerd door Morgan Stanley.

Interessant hierbij is dat het onderzoeksrapport geschreven is door een jongen van 15 jaar, Matthew Robson. Het onderzoek heeft echter zoveel indruk gemaakt in “The City”, dat er ruime aandacht aan is gegeven. De executive director van Morgan Stanley’s European media team zei over het rapport: “[It's] one of the clearest and most thought-provoking insights we have seen – so we published it”. Ook de Financial Times heeft aandacht besteed aan het onderzoek.

Het rapport is online te vinden, maar hier een korte weergave van een aantal interessante conclusies:

  • Het TV-gedrag is zeer wisselend. Soms worden series gevolgd, maar ze kunnen ook lange tijden helemaal niet kijken.
  • Er wordt weinig radio geluisterd, maar wel veel gebruik gemaakt van streaming sites.
  • Gaming is niet meer alleen voorbehouden aan jongens. Door de komst van de Wii zijn meer meisjes gaan gamen, en ook meer jonge kinderen. De game-consoles worden ook veel gebruikt voor communicatie (via internet), mede hierdoor wordt er minder gebeld.
  • Jongeren twitteren niet of nauwelijks.

De aftrap en de vis

7 september 2009

Het is weer begonnen: vorige week heb ik kennisgemaakt met mijn SLB-groep, en deze week zijn de lessen weer ‘in full swing’ begonnen. Toch altijd weer een spannend moment; en hoewel deze week ook met zich mee heeft gebracht dat de eerste roosterproblemen zich alweer gemanifesteerd hebben – ik bleek een ‘gewoon’ lokaal (dus zonder computers) te hebben voor een computerles – voelt het goed om weer echt voor de klas te staan.

Voor de niet HBO-ers: SLB staat voor Studieloopbaanbegeleiding. Een SLB-klas is een klas die je het gehele jaar onder je hoede houdt, en die je probeert te coachen op het gebied van de studievoortgang. Voor de SLB-klas ben jij het aanspreekpunt – je bent soms de enige vaste docent die ze gedurende een jaar voor zich hebben.

Dat maakt zo’n eerste ontmoeting ook gelijk spannend. Voor de zomer heb je afscheid genomen van je oude groep, en dat is soms best wel eens lastig. Je bouwt een band op, en hoewel het helemaal niet hoeft te betekenen dat je ze daarna niet meer ziet, zal het contact toch duidelijk minder intensief zijn. Het is daarna best moeilijk om met een nieuwe groep weer helemaal blanco te beginnen.

Het is me opgevallen dat het dan best wel eens voorkomt dat je bij zijn eerste ontmoeting denkt dat je de nieuwe groep helemaal niet leuk vindt. Dat is niet eerlijk: het gevecht met de erfenis van vorig jaar kan zo’n groep gewoon niet winnen. En na een paar weken blijkt dat eerste gevoel ook helemaal niet terecht. Gelukkig maar.

Mijn huidige groep heeft in elk geval al haar uiterste best gedaan. De eerste opdracht voor groepen is altijd om met een bepaald ruil-object de straat op te gaan, en dat proberen te ruilen voor iets zo groot mogelijks. Mijn groep heeft een goudvis te pakken gekregen. Die staat nu dus bij mijn bureau…

Proppervis

Proppervis


Werkdruk

10 juli 2009

Op dit moment geniet ik van mijn welverdiende vakantie. En ja, die is ruim – ik ben de eerste die dat zal toegeven. Het is fijn om er in de zomer zo’n vijf weken tussenuit te gaan. Hoe aardig de studenten ook zijn, er komt na zo tegen het eind van het cursusjaar (gelukkig wel aan het eind, meestal) altijd een moment waarop je de studenten even zat bent. En ja, zij zijn jou dan ook zat – dat is allemaal heel normaal.

Nu ben ik er dan ook nog zo eentje die er flink wat uren bijwerkt – het zal misschien velen van jullie verbazen, maar ik heb nog nergens zo hard gewerkt als sinds ik op het HBO werkt. En ik klaag niet hoor – werken kan fijn zijn, zeker als het zulk leuk werk is als het mijne.

Omdat ik werken nu zo leuk vind, klus ik regelmatig wat uurtjes bij. Ik neem nogal makkelijk uren over van zieke collega’s. Ik had er dan in eerste instantie ook behoorlijk wat moeite mee toen ik van mijn huidige teamleider te horen kreeg dat ik dat niet zomaar mocht doen. Waarom niet dacht ik? Ik zorg er toch voor dat de boel door  blijft draaien?

Inmiddels weet ik dat daar nu juist het probleem zit. Bij mijn instelling (en ik heb het vermoeden dat dat bij veel andere instellingen in den lande niet anders is) wordt stelselmatig overgewerkt. En het probleem is dat veel beleidsmakers dat nu juist wel prettig vinden. Immers, op deze manier draaien de zaken mooi door en hoeft er geen extra werk ingestoken te worden. Er zit dus juist een hele goede kant aan dat op de rem trappen: het maakt zichtbaar waar de zwakke plekken in de organisatie zitten, waar geïnvesteerd moet worden (bijvoorbeeld door meer personeel aan te trekken).

Ik beveel dus van harte aan dat er op meer plekken eens ‘nee’ gezegd wordt tegen het maken van extra uren. Nee, ik vind het nog steeds niet leuk dat ik soms niet extra uren mag draaien – ik maak zelf graag keuzes in wat ik wel en niet wil doen. Maar ik begrijp het inmiddels wel.


Blog, werk en het echte leven

5 juni 2009

Blog, wat heb ik je lang veronachtzaamd. Terwijl er zoveel gebeurd is. Zo heb ik een aantal weken terug van gedachten gewisseld met Jeroen Bottema over het creëren van draagvlak voor portfolio’s, is het plan om laptops verplicht te stellen voor studenten vooralsnog afgeschoten door ons MT, hebben we een middag gehad over toetsen binnen ons team en hebben we een nieuwe teammanager.

Verwacht dus de komende weken bijdragen over deze onderwerpen, en meer. Het moet lukken om voor de vakantie, begin juli, nog een aantal posts op mijn blog los te laten. Voor nu alleen een nieuwtje – ik mag aanwezig zijn op de tweetup van @maximeverhagen op het ministerie van Buitenlandse Zaken, op 3 juli. Vraag me vooral af of er nog meer onderwijsmensen aanwezig zullen zijn.

En dan volgende week weer echte blogs!


Digitale carriere branding

30 maart 2009

Een collega van mij wees me op een artikel over Digitale carriere branding op Molblog. De teneur van dit artikel is dat marketingstudenten weinig activiteiten ondernemen om hun persoonlijke merk digitaal in de markt te zetten, om zo hun kansen op een baan te vergroten. In het algemeen geen goede zaak, maar in het bijzonder voor marketing-studenten verrassend en niet goed.

Eén van de vragen uit deze post kan ik beantwoorden: ja, ik denk dat wij met onze opleiding meer aandacht moeten besteden aan deze fenomenen. Dat vind ik niet alleen voor personal branding belangrijk, maar in algemene zin is het goed dat studenten gedegen kennis hebben van wat er zoal leeft in o.a. social networking.

De neiging is groot om te zeggen dat het ook met de kennis van onze studenten op dit gebied mager gesteld is. Het is hard werken om zo in het eerste jaar de studenten te introduceren tot de basis van ICT. Weinig kennis van Excel of HTML wil echter nog niet zeggen dat iemand niet actief is op intranet. Dus is het hoog tijd dat ik me vragen stel als: hoeveel studenten bloggen er, en waarover? Wie maakt er gebruik van Twitter, en op welke manier?

Ik heb navraag gedaan bij collega’s, en ook zij hebben hier niet goed zicht op. Vandaar dat ik – in overleg met afstudeercoördinatoren – ga nadenken over een onderzoeksopdracht aan onze student. En wellicht hebben jullie nog suggesties voor onderzoeksvragen!

Update: Op Frankwatching is net een review geplaatst van een boek over Personal Branding. Doe er je voordeel mee.


Oplossingen?

13 maart 2009

Mijn bericht over de belasting van docenten heeft heel wat reacties opgeroepen, en dat heeft mij natuurlijk niet verrast. Uit contacten met docenten op andere hogescholen weet ik dat er variaties van het probleem mogelijk zijn, maar het probleem leeft overal. Ik maak even een korte opsomming van een aantal suggesties, aangevuld met eigen ervaringen.

  1. Voeg een jaarplanning toe. Dit idee werd gelanceerd door Lisette Hilhorst, en ook ik roep dit nu al een tijdje. Mijn kanttekening is wel dat dit bepaald niet zaligmakend is, met als belangrijkste nadeel dat je je ook voor een langere periode moet vastleggen – en als docenten weggaan moeten er toch weer gaten gedicht worden. Wat ik niet wist is dat er al hogescholen zijn die met een jaarplanning werken, zoals de Hanzehogeschool. Ik ben erg benieuwd hoe het daar met de overschrijdingen gesteld is.
  2. Sander Schenk suggereert een taaklastsysteem dat RSS feeds genereert wanneer er wijzigingen in het taaklastsysteem worden aangebracht. Geen gekke gedachte, en technisch vrij eenvoudig te realiseren. Ik vraag me alleen af of teamleiders dat willen.
  3. Ernst Phaff mist de beloning in het systeem. Het lijkt soms wel alsof er alleen de hoeveelheid uren beloond wordt, en niet de kwaliteit die je levert. Daar zit veel in – ik denk absoluut dat het hoger onderwijs hier veel kan winnen. Maar hoe definieren we kwaliteit?

Als laatste: Erwin de Beer merkt in mijn ogen terecht op dat het nogal eens lijkt te gebeuren dat zaken ‘vergeten worden’. Ook ik heb die ervaring wel eens gehad (overigens niet met mijn eigen teamleider), dat je op die manier opeens extra uren in je taaklast ziet. ‘Daar heb ik het toch met je over gehad?’, en dan blijkt het heel lastig achteraf die uren te verwijderen vanwege de consequenties die het heeft. Het is helaas onmogelijk om dit soort situaties onmogelijk te maken met welk systeem dan ook. Het blijft mensenwerk.


Twitter, HvA en onderwijs

4 maart 2009

Ik geef het toe: ik ben een enthousiast Twitteraar. Krap twee jaar geleden nam ik een account; het duurde een tijdje voordat het gebruik voldoende kritische massa had bereikt, maar sinds eind vorig jaar neemt mijn gebruik hand over hand toe. De voordelen zijn voor mij legio: makkelijker netwerken, snel informatie ontvangen en geven, enzovoort. Ik zou het ook graag inzetten voor onderwijs, maar initiatieven in die richting liepen tot nu toe spaak.

De laatste weken neemt de aandacht voor de media voor Twitter enorm toe. Het nieuws over de Turkish Airlines crash van vlucht TK1951 verspreidde zich enorm snel via Twitter, inclusief foto’s. Een aantal tweeps dat getuige was van de ramp zat diezelfde dag nog in De Wereld Draait Door; en zelfs het NOS-journaal besteedde daarna aandacht aan het fenomeen Twitter.

Dit is op de HvA niet anders. In Havana, het weekblad van de HvA, staat deze week een artikel over Twitter waarin ik prominent figureer. In dat artikel lees ik ook dat er docenten bij de HvA zijn die Twitter al actief gebruiken voor het onderwijs. Daar moest ik maar eens mee gaan praten. Ook geeft het artikel links naar educatieve toepassingen van Twitter. Die geef ik jullie maar even cadeau.

http://tbarrett.edublogs.org/2008/03/29/twitter-a-teaching-and-learning-tool/

http://budtalbot.blogspot.com/2009/01/potential-uses-of-twitter-in-teacher.html/