Stil maar, wacht maar…

23 september 2009

Dat ik oldskool ben had ik al eerder geconstateerd. Maar het is nu definitief: ook Havana geeft mij dat label. OK, ik heb het zelf gezegd, maar nu het zwart op wit staat oogt het wel heel onontkoombaar… maar: ik ben er nog trots op ook.

In het artikel wordt onder meer de vraag gesteld waarom het blog van ons instituut, het MIMblog, momenteel zo’n zieltogend bestaan leidt. Ik verwacht echter dat dit blog op niet al te lange termijn een interessante wedergeboorte zal ondergaan. Van old- naar newskool, zoiets.

Wil je het artikel van Havana lezen: blader door naar pagina 15 van de PDF.


Mediagebruik onder jongeren

15 september 2009

Voor het project dat wij in de tweede periode in samenwerking met het instituut voor Beeld en Geluid gaan doen, gaan we de studenten vragen onderzoek te doen naar de wijze waarop jongeren in de middelbare school-leeftijd media gebruiken. We gaan hierbij aanhaken op een onderzoek dat afgelopen zomer is gehouden in Engeland, en is gepubliceerd door Morgan Stanley.

Interessant hierbij is dat het onderzoeksrapport geschreven is door een jongen van 15 jaar, Matthew Robson. Het onderzoek heeft echter zoveel indruk gemaakt in “The City”, dat er ruime aandacht aan is gegeven. De executive director van Morgan Stanley’s European media team zei over het rapport: “[It's] one of the clearest and most thought-provoking insights we have seen – so we published it”. Ook de Financial Times heeft aandacht besteed aan het onderzoek.

Het rapport is online te vinden, maar hier een korte weergave van een aantal interessante conclusies:

  • Het TV-gedrag is zeer wisselend. Soms worden series gevolgd, maar ze kunnen ook lange tijden helemaal niet kijken.
  • Er wordt weinig radio geluisterd, maar wel veel gebruik gemaakt van streaming sites.
  • Gaming is niet meer alleen voorbehouden aan jongens. Door de komst van de Wii zijn meer meisjes gaan gamen, en ook meer jonge kinderen. De game-consoles worden ook veel gebruikt voor communicatie (via internet), mede hierdoor wordt er minder gebeld.
  • Jongeren twitteren niet of nauwelijks.

De aftrap en de vis

7 september 2009

Het is weer begonnen: vorige week heb ik kennisgemaakt met mijn SLB-groep, en deze week zijn de lessen weer ‘in full swing’ begonnen. Toch altijd weer een spannend moment; en hoewel deze week ook met zich mee heeft gebracht dat de eerste roosterproblemen zich alweer gemanifesteerd hebben – ik bleek een ‘gewoon’ lokaal (dus zonder computers) te hebben voor een computerles – voelt het goed om weer echt voor de klas te staan.

Voor de niet HBO-ers: SLB staat voor Studieloopbaanbegeleiding. Een SLB-klas is een klas die je het gehele jaar onder je hoede houdt, en die je probeert te coachen op het gebied van de studievoortgang. Voor de SLB-klas ben jij het aanspreekpunt – je bent soms de enige vaste docent die ze gedurende een jaar voor zich hebben.

Dat maakt zo’n eerste ontmoeting ook gelijk spannend. Voor de zomer heb je afscheid genomen van je oude groep, en dat is soms best wel eens lastig. Je bouwt een band op, en hoewel het helemaal niet hoeft te betekenen dat je ze daarna niet meer ziet, zal het contact toch duidelijk minder intensief zijn. Het is daarna best moeilijk om met een nieuwe groep weer helemaal blanco te beginnen.

Het is me opgevallen dat het dan best wel eens voorkomt dat je bij zijn eerste ontmoeting denkt dat je de nieuwe groep helemaal niet leuk vindt. Dat is niet eerlijk: het gevecht met de erfenis van vorig jaar kan zo’n groep gewoon niet winnen. En na een paar weken blijkt dat eerste gevoel ook helemaal niet terecht. Gelukkig maar.

Mijn huidige groep heeft in elk geval al haar uiterste best gedaan. De eerste opdracht voor groepen is altijd om met een bepaald ruil-object de straat op te gaan, en dat proberen te ruilen voor iets zo groot mogelijks. Mijn groep heeft een goudvis te pakken gekregen. Die staat nu dus bij mijn bureau…

Proppervis

Proppervis


Werkdruk

10 juli 2009

Op dit moment geniet ik van mijn welverdiende vakantie. En ja, die is ruim – ik ben de eerste die dat zal toegeven. Het is fijn om er in de zomer zo’n vijf weken tussenuit te gaan. Hoe aardig de studenten ook zijn, er komt na zo tegen het eind van het cursusjaar (gelukkig wel aan het eind, meestal) altijd een moment waarop je de studenten even zat bent. En ja, zij zijn jou dan ook zat – dat is allemaal heel normaal.

Nu ben ik er dan ook nog zo eentje die er flink wat uren bijwerkt – het zal misschien velen van jullie verbazen, maar ik heb nog nergens zo hard gewerkt als sinds ik op het HBO werkt. En ik klaag niet hoor – werken kan fijn zijn, zeker als het zulk leuk werk is als het mijne.

Omdat ik werken nu zo leuk vind, klus ik regelmatig wat uurtjes bij. Ik neem nogal makkelijk uren over van zieke collega’s. Ik had er dan in eerste instantie ook behoorlijk wat moeite mee toen ik van mijn huidige teamleider te horen kreeg dat ik dat niet zomaar mocht doen. Waarom niet dacht ik? Ik zorg er toch voor dat de boel door  blijft draaien?

Inmiddels weet ik dat daar nu juist het probleem zit. Bij mijn instelling (en ik heb het vermoeden dat dat bij veel andere instellingen in den lande niet anders is) wordt stelselmatig overgewerkt. En het probleem is dat veel beleidsmakers dat nu juist wel prettig vinden. Immers, op deze manier draaien de zaken mooi door en hoeft er geen extra werk ingestoken te worden. Er zit dus juist een hele goede kant aan dat op de rem trappen: het maakt zichtbaar waar de zwakke plekken in de organisatie zitten, waar geïnvesteerd moet worden (bijvoorbeeld door meer personeel aan te trekken).

Ik beveel dus van harte aan dat er op meer plekken eens ‘nee’ gezegd wordt tegen het maken van extra uren. Nee, ik vind het nog steeds niet leuk dat ik soms niet extra uren mag draaien – ik maak zelf graag keuzes in wat ik wel en niet wil doen. Maar ik begrijp het inmiddels wel.


Blog, werk en het echte leven

5 juni 2009

Blog, wat heb ik je lang veronachtzaamd. Terwijl er zoveel gebeurd is. Zo heb ik een aantal weken terug van gedachten gewisseld met Jeroen Bottema over het creëren van draagvlak voor portfolio’s, is het plan om laptops verplicht te stellen voor studenten vooralsnog afgeschoten door ons MT, hebben we een middag gehad over toetsen binnen ons team en hebben we een nieuwe teammanager.

Verwacht dus de komende weken bijdragen over deze onderwerpen, en meer. Het moet lukken om voor de vakantie, begin juli, nog een aantal posts op mijn blog los te laten. Voor nu alleen een nieuwtje – ik mag aanwezig zijn op de tweetup van @maximeverhagen op het ministerie van Buitenlandse Zaken, op 3 juli. Vraag me vooral af of er nog meer onderwijsmensen aanwezig zullen zijn.

En dan volgende week weer echte blogs!


Digitale carriere branding

30 maart 2009

Een collega van mij wees me op een artikel over Digitale carriere branding op Molblog. De teneur van dit artikel is dat marketingstudenten weinig activiteiten ondernemen om hun persoonlijke merk digitaal in de markt te zetten, om zo hun kansen op een baan te vergroten. In het algemeen geen goede zaak, maar in het bijzonder voor marketing-studenten verrassend en niet goed.

Eén van de vragen uit deze post kan ik beantwoorden: ja, ik denk dat wij met onze opleiding meer aandacht moeten besteden aan deze fenomenen. Dat vind ik niet alleen voor personal branding belangrijk, maar in algemene zin is het goed dat studenten gedegen kennis hebben van wat er zoal leeft in o.a. social networking.

De neiging is groot om te zeggen dat het ook met de kennis van onze studenten op dit gebied mager gesteld is. Het is hard werken om zo in het eerste jaar de studenten te introduceren tot de basis van ICT. Weinig kennis van Excel of HTML wil echter nog niet zeggen dat iemand niet actief is op intranet. Dus is het hoog tijd dat ik me vragen stel als: hoeveel studenten bloggen er, en waarover? Wie maakt er gebruik van Twitter, en op welke manier?

Ik heb navraag gedaan bij collega’s, en ook zij hebben hier niet goed zicht op. Vandaar dat ik – in overleg met afstudeercoördinatoren – ga nadenken over een onderzoeksopdracht aan onze student. En wellicht hebben jullie nog suggesties voor onderzoeksvragen!

Update: Op Frankwatching is net een review geplaatst van een boek over Personal Branding. Doe er je voordeel mee.


Oplossingen?

13 maart 2009

Mijn bericht over de belasting van docenten heeft heel wat reacties opgeroepen, en dat heeft mij natuurlijk niet verrast. Uit contacten met docenten op andere hogescholen weet ik dat er variaties van het probleem mogelijk zijn, maar het probleem leeft overal. Ik maak even een korte opsomming van een aantal suggesties, aangevuld met eigen ervaringen.

  1. Voeg een jaarplanning toe. Dit idee werd gelanceerd door Lisette Hilhorst, en ook ik roep dit nu al een tijdje. Mijn kanttekening is wel dat dit bepaald niet zaligmakend is, met als belangrijkste nadeel dat je je ook voor een langere periode moet vastleggen – en als docenten weggaan moeten er toch weer gaten gedicht worden. Wat ik niet wist is dat er al hogescholen zijn die met een jaarplanning werken, zoals de Hanzehogeschool. Ik ben erg benieuwd hoe het daar met de overschrijdingen gesteld is.
  2. Sander Schenk suggereert een taaklastsysteem dat RSS feeds genereert wanneer er wijzigingen in het taaklastsysteem worden aangebracht. Geen gekke gedachte, en technisch vrij eenvoudig te realiseren. Ik vraag me alleen af of teamleiders dat willen.
  3. Ernst Phaff mist de beloning in het systeem. Het lijkt soms wel alsof er alleen de hoeveelheid uren beloond wordt, en niet de kwaliteit die je levert. Daar zit veel in – ik denk absoluut dat het hoger onderwijs hier veel kan winnen. Maar hoe definieren we kwaliteit?

Als laatste: Erwin de Beer merkt in mijn ogen terecht op dat het nogal eens lijkt te gebeuren dat zaken ‘vergeten worden’. Ook ik heb die ervaring wel eens gehad (overigens niet met mijn eigen teamleider), dat je op die manier opeens extra uren in je taaklast ziet. ‘Daar heb ik het toch met je over gehad?’, en dan blijkt het heel lastig achteraf die uren te verwijderen vanwege de consequenties die het heeft. Het is helaas onmogelijk om dit soort situaties onmogelijk te maken met welk systeem dan ook. Het blijft mensenwerk.


Twitter, HvA en onderwijs

4 maart 2009

Ik geef het toe: ik ben een enthousiast Twitteraar. Krap twee jaar geleden nam ik een account; het duurde een tijdje voordat het gebruik voldoende kritische massa had bereikt, maar sinds eind vorig jaar neemt mijn gebruik hand over hand toe. De voordelen zijn voor mij legio: makkelijker netwerken, snel informatie ontvangen en geven, enzovoort. Ik zou het ook graag inzetten voor onderwijs, maar initiatieven in die richting liepen tot nu toe spaak.

De laatste weken neemt de aandacht voor de media voor Twitter enorm toe. Het nieuws over de Turkish Airlines crash van vlucht TK1951 verspreidde zich enorm snel via Twitter, inclusief foto’s. Een aantal tweeps dat getuige was van de ramp zat diezelfde dag nog in De Wereld Draait Door; en zelfs het NOS-journaal besteedde daarna aandacht aan het fenomeen Twitter.

Dit is op de HvA niet anders. In Havana, het weekblad van de HvA, staat deze week een artikel over Twitter waarin ik prominent figureer. In dat artikel lees ik ook dat er docenten bij de HvA zijn die Twitter al actief gebruiken voor het onderwijs. Daar moest ik maar eens mee gaan praten. Ook geeft het artikel links naar educatieve toepassingen van Twitter. Die geef ik jullie maar even cadeau.

http://tbarrett.edublogs.org/2008/03/29/twitter-a-teaching-and-learning-tool/

http://budtalbot.blogspot.com/2009/01/potential-uses-of-twitter-in-teacher.html/


Projectmanagement en Prince-2

23 februari 2009

Een aantal weken geleden liet ik me eens ontvallen dat ik niet in Prince-2 ‘geloofde’. Dat leverde me een aantal reacties op, en daaropvolgend de belofte dat ik daar wat uitgebreider over zou schrijven. Hoewel het niet helemaal binnen de kaders van deze blog past, heb ik toch besloten om op deze blog over projectmanagement te schrijven.

Een korte geschiedenis. Ik kwam voor het eerst met Prince-2 in aanraking toen ik informatiemanager bij de Faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de UvA was. Er werden destijds een aantal ICT-afdelingen samengevoegd, en tegelijkertijd werd de Prince-2 methodiek ingevoerd. Van de één op de andere dag kon er binnen de afdeling niets meer zonder dat ‘Prince-2′ er overheen geweest was. Veel mensen hadden daar op een gegeven moment schoon genoeg van: wanneer je een simpele vraag aan een collega stelde, zoals “Heb je een schaar voor mij?” was het antwoord vaak: “Heb je een PID? Nee? Nou, vergeet het dan maar”.

Nu kun je natuurlijk zeggen dat dat niet aan Prince-2 te wijten was, maar meer aan de starre wijze waarop het ingevoerd werd. Daar valt wat voor te zeggen. Ook zal het niet geholpen hebben dat (ook bij mij) destijds nogal wat verzet was tegen veranderingen, omdat men nogal veel tegelijk wilde. Toch heb ik ook later vaak gewerkt dat een al te strak raamwerk vaak belemmerend werkt.

Na mijn tijd bij de UvA heb ik een aantal jaar als adviseur bij een klein adviesbureau gewerkt, en in die hoedanigheid heb ik een aantal klussen voor vooral overheidsinstellingen gedaan. Mijn ervaring uit die tijd is, dat het strakke raamwerk van Prince-2 ook nogal eens gebruikt werd om tekortkomingen van projectmanagers te verdoezelen – er kon vaak niet adequaat gereageerd worden op aanpassingen in het project (zouden de projectmanagers infrastructuur van de Gemeente Amsterdam ook volgens Prince-2 werken? ;->).

Ik denk dat deze kritiek van toepassingen is op veel methodieken van projectmanagement, maar wel het meest op Prince-2 – in mijn ervaring is dat toch wel de starste methodiek. Verder ben ik van mening dat Prince-2 vooral een IT-methodiek is, en dat het ten onrechte vaak op andere projecten wordt toegepast.

Wat mij betreft is projectmanagement vooral het effectief inzetten van sturing van personeel, budget en materiaal. Natuurlijk is het handig daar een bepaalde methodiek voor in te zetten, maar het hoeft niet – het star inzetten van zo’n methodiek zal een project alleen maar belemmeren. Projectmanagement is geen rocket science.


Het dilemma van de SLB’er

26 januari 2009

Zometeen ga ik voor twee dagen individuele gesprekken doen met de eerstejaars studenten die ik als studieloopbaanbegeleider begeleid. Een belangrijk moment, want het gaat hier om functioneringsgesprekken; we gaan kijken hoe het met de studievoortgang staat. Dat is nu belangrijk, omdat de studiebeurs van die studenten die voor 1 februari beslissen te stoppen, met terugwerkende kracht wordt omgezet in een gift.

Uiteraard heb je ook als onderwijsinstelling hier belang bij: het is goed om op een vroegtijdig moment het kaf van het koren te scheiden, zodat je je kunt concentreren op die studenten die graag willen en het ook in zich hebben. Toch kunnen deze gesprekken lastig zijn, vooral bij de twijfelgevallen. Bovendien heb je als SLB’er tijdens deze gesprekken geen gemakkelijke rol.

Immers, het gaat hier om die studenten waar je normaal gesproken een vertrouwensband mee hebt – en hoe vertel je zo iemand dat je denkt dat hij of zij beter kan stoppen? Als de kaarten duidelijk liggen, is dit niet zo probleem – maar er zijn natuurlijk altijd enorm veel ‘grijze gevallen’. Daarnaast moet je ze ook nog op de prestaties bij SLB beoordelen – en ook daar komt een loyaliteitsprobleem om de hoek kijken: wat te doen bij een goede student, die toch een onderdeel van SLB niet gehaald heeft? Persoonlijk vind ik dat je de grenzen scherp moet hanteren, maar ik verwacht dat er toch weer de nodige studenten het voordeel van de twijfel zullen krijgen. We zullen het zien.