MBO, HBO en curatele

3 april 2012

Ik weet het, we leven in een meningenmaatschappij. Toch kan ik me er maar niet bij neerleggen dat zoveel mensen geneigd zijn maar wat te roepen, zonder zich even op de hoogte te stellen. Vandaar dat ik me toch geroepen voel om te reageren op het artikel van hoogleraar Jan Bouwens, gister in de Volkskrant. Deze meneer gaat in dit artikel namelijk wel erg kort door de bocht.

Zijn betoog schiet minimaal tekort op de volgende punten:

  1. De stelling, indirect verwoord in zijn opiniestuk, dat competentiegericht onderwijs automatisch leidt tot weinig inhoudelijke ondersteuning bij de diverse vakken. Dit is een dramatische oversimplificatie van de werkelijkheid. Je zal mij niet horen ontkennen dat het invoeren van competentiegericht onderwijs op veel plekken NIET tot problemen heeft geleid. Dit is echter veel meer een kwestie van het op de verkeerde wijze invoeren van een competentiegericht model, en geen zwakte van competentiegericht opleiden an sich. Goed, Bouwens presenteert het door hem aangehaalde statistiekonderwijs als ‘een voorbeeld’, maar er wordt ook geen enkele poging gedaan dit beeld te nuanceren.
  2. Bouwens stelt dat MBO en HBO onder curatele moeten worden gesteld van VO respectievelijk universiteiten. Hij doet geen enkele moeite te beargumenteren wat deze typen onderwijs beter geregeld hebben dan het beroepsonderwijs. Uit eigen ervaring weet ik dat het HBO worstelt met het taalniveau van de studenten. Ik wil niet zwartepieten, maar het lijkt me dat dit toch ook met de instroom te maken heeft.
  3. Het is absoluut waar dat universiteiten en HBO’s elkaar kunnen versterken, dus samenwerking lijkt mij een uitstekende zaak. Tegelijkertijd ben ik de mening toegedaan dat er ruimte is voor beide typen onderwijs. Er is behoefte een beroepsonderwijs en er is behoefte aan academisch onderwijs. De universiteiten zouden zeker een bijdrage kunnen leveren aan de versterking van de kennisbasis van HBO’s, maar ‘onder curatele stellen’ riekt mijns inziens naar het doordrukken van de eigen visie en daarmee een heilloze weg. (Overigens heb ik dezelfde kritiek op de maatregel van staatssecretaris Zijlstra op het streven naar een masterstitel voor HBO-docenten. Dit is absoluut geen maat voor hoogstaand onderwijs.)
  4. Gezien het feit dat Bouwens hoogleraar is, is het logisch dat hij het universitaire onderwijs beter kent dan het HBO-onderwijs. Het had hem echter gesierd als hij zich iets meer in de praktijk verdiept had. Het artikel heeft nu wel een erg ‘eigen onderwijs is beter’-gehalte. Ik hoop van ganser harte dat dat niet betekent dat Bouwens zijn ogen sluit voor de problemen van de universiteiten, want die zijn er ook.

Toegegeven, het laatste punt is wel erg vanuit HBO-perspectief geschreven, maar die vrijheid meen ik me te mogen veroorloven. Ik denk dat ik met de eerste drie punten genoeg inhoudelijke argumenten heb.


NVAO en inspectie

8 februari 2012

Deze week kwam het voorlopige rapport van de Inspectie naar aanleiding van de vermeende diplomafraude bij het domein Economie & Management bij de HvA. Ik berichtte hier al eerder over, en zoals je in dat artikel kon lezen ben ik helemaal niet verbaasd dat de Inspectie concludeert dat er ‘geen reden is te veronderstellen dat er onterecht diploma’s zijn verstrekt aan studenten’ bij dit domein. Ik vind het rapport eigenlijk ook niet zo spannend.

Interessanter is het om te analyseren wat de onderwijsinspectie precies gedaan heeft. Wat me namelijk vooral opvalt is dat de inspectie een rapport van een interne audit heeft opgevraagd en daar conclusies aan verbindt. De inspectie mag dat, maar of het een goede zaak is, is een tweede. Persoonlijk vind ik dat een heel slechte zaak.

En dan speculeer ik even verder. Zoals we allen weten, liggen de activiteiten van de NVAO sinds de affaire InHolland onder een vergrootglas. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat de onderwijsinspectie nu een kans ruikt. Immers, met het instellen van de NVAO (opgericht als NAO in 2002) moest de onderwijsinspectie feitelijk een stap terug doen. Ik mag toch niet hopen dat de onderwijsinspectie bezig is om over de rug van het onderwijs een stukje macht terug te veroveren.


Twintig jaar vooruitgang

31 januari 2012

Een korte geschiedenis: zo’n 20 jaar geleden hield ik me bezig met wat toen Computer Ondersteund Onderwijs heette, en wat inmiddels – na een aantal andere tussenfasen – e-learning is gedoopt. Ik begon ooit met een nogal archaïsch systeem met de naam TAIGA, en stapte vervolgens over op Authorware (Professional). Hiermee maakte ik interactieve lessen en toetsen (voor medisch onderwijs en lessen in psychologie). Omdat ik daarna een aantal andere dingen heb gedaan, is de focus op e-learning weg, maar ik ben er nog steeds bovenmatig in geïnteresseerd.

Ik was dan ook benieuwd welke ‘onderwijs-innovatie’ Apple zou gaan brengen op hun recente onderwijs-event – en uiteindelijk weinig onder de indruk. Dat komt niet omdat het me irriteert dat Apple deze innovatie alleen brengt voor de eigen winkel. Ook niet omdat Apple kiest voor een besloten, eigen formaat, in plaats voor het open ePUB3. Ik heb al even met iBooks Author gespeeld en vind het een mooie, Apple-waardige tool, dus daar zit de teleurstelling ook niet in. (Lees meer reacties op iBooks Author in de blogpost van Erwin Blom.)

Nee, dat komt vooral door het gebrek aan vooruitgang in die 20 jaar. Ook een tool als Authorware Professional was behoorlijk gebruiksvriendelijk. Iedereen met een beetje handigheid in computers kon hier vrij snel een aardige les in maken – op CD-ROM bijvoorbeeld. Met de nodige programmeerkennis kon je deze mogelijkheden flink uitbreiden. Je zou toch willen dat we na twintig jaar wat verder zouden zijn. En die vooruitgang brengt iBooks Author nu juist weer niet.

Ergo: Apple, wat jullie vorige week presenteerden was geen innovatie. iBooks Author is een tool. Niets meer en niets minder. Op zich helemaal niet erg, want onderwijs blijft mensenwerk: de mensen moeten het met de tools die zij tot hun beschikking hebben tot een innovatie maken. Maar beweer dan ook niet dat je innovatie brengt.


Controlepolitie en persvrijheid

21 december 2011

Het zal u niet ontgaan zijn: afgelopen zaterdag opende de Telegraaf een forse aanval op de Hogeschool van Amsterdam. En de aanval was fors en gericht: op zaterdag sprak de krant nog van chaos, op maandag chocoladeletterde de Telegraaf al ‘Beerput HvA geopend‘. Met andere woorden, de krant wist het zeker: dit was nog maar het begin. Er zou nog veel meer volgen.

Inmiddels weten we al wat meer: rector HvA Jet Bussemaker reageerde gepast, de docenten die de brief schreven waarop de Telegraaf zich mede baseert haastten zich om te zeggen dat zij nooit over diplomafraude gerept hebben, en zelfs de staatssecretaris reageerde ingetogen (hoewel hij wel de onderwijsinspectie op de HvA afstuurt). Over tot de orde van de dag zou je zeggen.

Toch is het volgens mij niet zo eenvoudig. Ook al zijn de berichten over diplomafraude uit de lucht gegrepen, er is toch sprake van forse imagoschade. Scan de reacties maar eens op het oorspronkelijke artikel van de Telegraaf. Daar weet men het al: dit is dus logisch, en het is terecht dat de Telegraaf dit aan de orde stelt.

Dat maakt dat ik voor de gevolgen vrees. Ik weet dat er veel erg goede opleidingen zijn aan de HvA, maar dit gaat geheid gevolgen hebben voor de instroom van de HvA. Dat dit om slechts twee studies van de HvA gaat, is voor veel mensen niet relevant. De eerste negatieve reacties over andere studies zijn ook al verschenen. Het netto-effect: wanneer een studie aan de HvA een van de opties is, zal men zich toch even achter de oren krabben, zeker wanneer een andere onderwijsinstelling een gerelateerde opleiding aanbiedt. Of dat terecht is of niet, dat is dan niet zo relevant.

Wat een negatieve spiraal kan betekenen voor een instelling moet je InHolland maar eens vragen. Natuurlijk is het zo dat daar meer mis was dan alleen onterecht afgegeven diploma’s. Maar slechte publiciteit kan echt dramatisch zijn voor je instroom (en Frank Verhoef, in tegenstelling tot jou denk ik dat de omschrijving ‘blond meisje van 17 of 18′ niets zegt over de kwaliteit van de student in kwestie). En hoe je het wendt of keert, in het huidige financieringsstelsel is dat belangrijk (dat ik dat stelsel graag anders zou zien is een andere discussie – het is nu eenmaal het financieringsstelsel waar we het op dit moment mee moeten doen). Met andere woorden: de Telegraaf richt hier ongefundeerd veel schade aan.

Overigens: opvallend dat niemand de behoefte heeft gevoeld om de boudste bewering van de Telegraaf eens te onderzoeken: namelijk dat het zou gaan om 1000 tot 1500 diploma’s per jaar die onterecht zouden zijn uitgegeven. Dat leek me meteen al veel, en als je even wat onderzoek pleegt, dan kom je er achter dat het gehele domein DEM (waar de twee gewraakte opleidingen deel van uitmaken) in cursusjaar 2009-2010 1584 diploma’s in totaal heeft uitgegeven. Kortom, bijna al deze diploma’s zouden onterecht zijn. Hmm…


Verbijsterveldt

30 november 2011

Slightly off-topic, maar mijn Twitter tijdlijn gonst van verontwaardiging over de inhoud van een brief die minister Van Bijsterveld vandaag naar de tweede kamer stuurt, en waarover je meer kunt lezen in de Volkskrant. Ook ik kan mijn mond hierover niet houden. De minister signaleert dat veel ouders ‘ten opzichte van de school in een consumentenrol’ terechtgekomen zijn. ‘De opvoeding en de overdracht van waarden en normen moet prioriteit krijgen, desnoods ten koste van werk en andere activiteiten.’ En anders huren we maar een oppas in, dat deed de minister zelf ook – die oppas kon dan mooi de verplichtingen jegens school invullen.

Dit kabinet moet oppassen niet de kampioen ‘gerommel in de marge’ te worden. Want terwijl de grote problemen voor het oprapen liggen, steekt men geld in verkeersborden om het rijden van 130 km/uur mogelijk te maken, stelt men een dierenpolitie in en investeert men in ‘een tour door het land en een offensief via de sociale media’ om ouders meer te betrekken bij het onderwijs van hun kind.

En dat terwijl je je kunt afvragen of het probleem van Van Bijsterveldt bestaat. Toegegeven, een beperkte steekproef, maar als ik om me heen kijk op de school van mijn kinderen zie ik de nodige ouders actief: voorleesouders, ouders die meegaan met zwemles, ouders die actief zijn op de crea-middagen, ouders die helpen bij de EHBO-les… je zou bijna denken dat de school nu al niet meer kan draaien zonder de hulp van die ouders. En als het probleem al bestaat, biedt ze geen oplossing – scholen en ouders moeten zelf maar gaan uitvogelen hoe ze dit gaan regelen.

Het erge is, dat ze wel ráákt aan een probleem, maar totaal geen oplossing biedt. De verhouding school-ouders is namelijk de afgelopen jaren/decades wel degelijk veranderd, en er zijn absoluut ouders die de verantwoordelijkheid voor het opvoeden van hun kinderen teveel bij de scholen leggen. Om daar gedragsverandering in te krijgen kom je er echter niet met een publiciteitscampagne, dat vereist wat anders.

Dat vereist visie en maatregelen.

 


Beleid met plan in beleid met plan in beleid met…

29 november 2011
Droste effect

Copyright Doboncom

Vanuit mijn nieuwe functie probeer ik wat zinnigs te zeggen over toetsing binnen de opleidingen. En dat valt nog niet mee. Want over het algemeen vindt men wel dat er minimaal een toetsbeleid en een toetsplan moet zijn, maar dan wordt het ingewikkeld. Vaak kom je namelijk een zinsnede tegen als: ‘Een goed toetsbeleid bestaat uit zowel een toetsbeleid en een toetsplan.’ En dan is de cirkel rond. Want wordt met dat toetsbeleid nou het toetsbeleid ín het toetsbeleid bedoeld, of het overkoepelende toetsbeleid? Kortom, verwarring alom.

Mijn worsteling met deze termen kan natuurlijk niet nieuw zijn. Ik heb daarom een rondje gemaakt langs collega’s en andere toetsinstellingen. Daar kom ik een aantal termen tegen waar ik nu ook niet direct enthousiast van wordt. Ik behandel hier de vors en tegens, en hoop dat jullie wellicht nog wat andere opties aan kunnen dragen.

Toetsmodel

Misschien wel de meest voor de hand liggende optie is ‘toetsmodel’. Maar is het wel een model? Een model heeft wat mij betreft per definitie voorschrijvende kenmerken, en dat vind ik hier niet volledig op zijn plaats. Je schrijft namelijk niet echt voor, maar je legt meer de randvoorwaarden vast waaraan toetsing moet voldoen.

Toetskader

Een alternatief zou dan toetskader kunnen zijn. Immers, met een kader bepaal je grenzen, geef je aan wat de randvoorwaarden zijn. Een nadeel van de term is wellicht de onbekendheid: hebben mensen de juiste associatie als er over ‘toetskader’ gesproken wordt?  En wellicht is de term té vrij: er zitten wel degelijk ook voorschrijvende elementen in een overkoepelend toetsbeleid.

Toetshuis

Toegegeven, deze term zou kunnen. Ik kan niet direct een inhoudelijk argument noemen waarom deze term de lading niet dekt. Maar hij is zo lélijk. But that may be me.

Iets anders

Zijn er nog andere opties? Of moeten we wellicht de verwarring voor lief nemen en toch blijven spreken over toetsbeleid? Let me know. Geef een reactie, of doe mee aan de poll die ik ingesteld heb. Ik ben benieuwd!


Interne audits

8 november 2011

Gisteren verscheen in de Volkskrant een kort artikel over een audit bij de opleiding Commerciële Economie van de Hogeschool van Amsterdam. De tendens van dit artikel was (nog niet online helaas, tenzij je ervoor wilt betalen; er is wel een artikel van Foliaweb dat is gebaseerd op het VK artikel) dat er het nodige schort aan deze opleiding.

Dat kan. Het is namelijk een interne audit, een soort test-accreditatie waarmee gepeild wordt hoe een opleiding ervoor staat. Het is dus eigenlijk juist de bedóeling dat hier kritiekpunten in geformuleerd worden, zodat die punten op tijd (lees: voor de eerstvolgende accreditatie) aangepakt kunnen worden. Daarnaast is dit dus voor intern gebruik, en niet voor de pers.

De vraag is dan ook wat degene die het rapport heeft doorgespeeld aan de Volkskrant hiermee beoogd heeft. Zichzelf op de borst slaan van, zie je wel, ik heb het allemaal aan zien komen? Het kan namelijk geen poging zijn om de opleiding wakker te schudden. Tenminste, als het zo is bedoeld zal het mijns inziens volledig de plank misslaan. De kans bestaat namelijk dat, als dit soort rapporten vaker gelekt worden, de audits voorzichtiger worden. Immers, welke instelling wil nu dat er negatief wordt gepubliceerd over de opleidingen van die instelling? En omdat het onder controle krijgen van de kwaliteit van een opleiding vele malen ingewikkelder is dan het afzwakken van zo’n rapport, weet ik wel waar de eerste inspanning naar toe zal gaan.

De accreditatie is geen strafexpeditie, om opleidingen die niet in de haak zijn eens lekker om de oren te slaan; nee, de accreditaties zijn er om te waarborgen dat het hoger onderwijs in Nederland van een goede kwaliteit is. Misschien dat deze meneer/mevrouw daar nog eens over kan nadenken.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.